In 4 stappen naar een succesvolle netwerksamenwerking

Succesvolle netwerksamenwerking

Een netwerksamenwerking zet je op om complexe vraagstukken op te lossen. Vraagstukken waarvoor meerdere specialismen van verschillende organisaties nodig zijn. Om dit te kunnen doen heb je partijen nodig die het eens zijn over een bepaald vraagstuk en die bereid zijn er energie in te steken om dit op te lossen. In dit blog bekijken we het proces van 4 stappen om tot een succesvolle samenwerking te komen. De inzet van een workshopreeks helpt om het proces soepel te doorlopen. Onderdeel daarvan is een serious game die daarbij (door het naspelen van de werkelijkheid) inzicht geeft hoe de netwerksamenwerking concreet vorm te geven en welk gedrag daarvoor nodig is. Dit versnelt het proces aanzienlijk.

We zien om ons heen dat er steeds meer netwerksamenwerkingen ontstaan, tussen- en met meerdere organisaties die gezamenlijk een opgave willen aanpakken. Het opzetten van een samenwerking tussen verschillende organisaties is uitdagend, zeker als het gaat om samenwerkingen tussen bedrijven, onderwijsinstellingen en overheden, waarin elke “bloedgroep” weer te maken heeft met zijn eigen specifieke uitdagingen.

In een netwerksamenwerking staat het werken aan een gezamenlijke (R) centraal, oftewel het resultaat dat de partners samen willen bereiken. De gezamenlijke (R) sluit aan bij de gewenste visie voor het samenwerkingsverband waar partijen zich aan kunnen committeren.

De 4 stappen in het proces

Het proces om tot een succesvolle netwerksamenwerking te komen verloopt meestal via de volgende vier stappen:

1. Verkennen

Bouwen van een netwerk gericht op het krijgen van informatie om het vraagstuk beter te begrijpen en om te weten welke partijen mogelijk onderdeel van de oplossing kunnen zijn en inzicht krijgen in de belangen van elke organisatie/ persoon.

2. Verbinden

Partijen verbinden op de inhoud door een gemeenschappelijke opgave en gemeenschappelijk resultaat te formuleren met de partners die onderdeel willen zijn van de samenwerking.

3. Inrichten

Verder uitwerken van de netwerksamenwerking om de gemeenschappelijke R te bereiken zoals zaken op het gebied van financiën, organisatiestructuur en netwerkleiderschap.

4. Uitvoeren

Activiteiten binnen het netwerk uitvoeren en waar nodig activiteiten verduurzamen.

4 fasen van een netwerksamenwerking

Workshops

Onze netwerkmanagers hebben vanuit Wise up al verschillende samenwerkingen opgezet voor opdrachtgevers. We hebben dus ruime ervaring met het bij elkaar brengen van organisaties in een netwerksamenwerking. In ons werk maken we daarbij veel gebruik van de netwerktheorie om de effectiviteit van onze acties te vergroten. De stappen die hierboven zijn benoemd, hebben we in een workshopreeks gegoten, waarbij ervaring en theorie aan elkaar worden gekoppeld.

Tijdens deze workshopreeks gaan we met het betreffende netwerk aan de slag om interactief te leren samenwerken. Het formuleren van een gemeenschappelijk resultaat (R) is hierbij cruciaal. Tijdens de opzet wordt gebruik gemaakt van werkvormen om breed input op te halen uit de deelnemende organisaties.

Serious game

Voor de verbindingsfase (stap 2) hebben wij een spel ontwikkeld, een serious game. Want als je de partijen in het voortraject goed weet te verbinden dan wordt het inrichten en uitvoeren van activiteiten veel makkelijker. Het spelen van een zogenaamde “serious game” maakt dat het inrichten en uitvoeren van activiteiten met de betrokken partijen soepeler verloopt.

Een serious game heeft als doel de leerervaring te vergroten. De spelers (actoren) handelen in een gesimuleerd model dat is afgeleid van de werkelijkheid. De spelers worden daardoor onderdeel van het model. Door het spelen van de game krijgen de spelers te maken met een concrete ervaring en vertonen daarom bepaald gedrag. Naast het spelenderwijs leren, moet de kracht van de game niet worden onderschat. Keer op keer zien wij dat het spelen bepaalde gevoelens en emoties naar boven brengt. Een korte feedbackloop wordt gerealiseerd door direct na het spel terug te blikken op wat er gebeurde tijdens het spelen. Zo ervaren de spelers welk gedrag effectief is in welke situatie.

Wij helpen de deelnemers met het verduidelijken van effectief gedrag in de gevraagde situaties. Ook geven we inzicht hoe dit kan worden gelinkt aan de theorie. Daarnaast kunnen de verschillende spelers binnen de game ook hun eigen gedrag spiegelen aan dat van de andere spelers. Hierdoor leren de spelers weer van elkaar.

De game is voor het eerst ingezet voor het team Onderwijs en Arbeidsmarkt van de Provincie Gelderland. Zelfs voor ervaren netwerkmanagers blijkt het spel leerzaam en interessant om te spelen. In de aanpak maken wij gebruik van onze ervaring, onderbouwd met inzichten vanuit de netwerktheorie. Door de koppeling met de theorie biedt het spel nieuwe inzichten.

Training en masterclass Netwerksamenwerking

Op basis van deze geslaagde ervaring heeft Wise up de workshopreeks inmiddels in haar trainingsaanbod opgenomen. De aanpak die wij voorstellen, is gebaseerd op een model ontwikkeld door Wise up en is al vaak in de praktijk getoetst. De training “Leidinggeven aan een netwerksamenwerking” wordt op onze trainingslocatie in Cuijk gegeven, maar kan ook In Company met een groep eigen deelnemers op een locatie naar keuze worden gegeven. In de training wordt ook de serious game gespeeld.

Eerst meer weten? De gratis online masterclass Netwerksamenwerking die wij aanbieden, biedt je de gelegenheid tot een laagdrempelige kennismaking. Je krijgt dan al direct concrete handvatten om in jouw netwerk zelf aan de slag te gaan.

MC netwerksamenwerking

Over Wise up Consultancy: Wij helpen (semi)overheden, onderwijsinstellingen en netwerkorganisaties bij het oplossen van vraagstukken op het gebied van arbeidsmarkt, onderwijs en economie. Dit doen we door het inzetten van ervaren project- en programmamanagers, enthousiaste onderzoekers en bevlogen adviseurs. Hiermee brengen we complexe opdrachten en vraagstukken van onze klanten tot een succesvol resultaat zodat zij zelf kunnen excelleren. Hiermee bewerkstelligen we maatschappelijke impact door de arbeidsmarkt in balans te houden en zo veel mogelijk mensen mee te laten doen.

Drie adviezen om “burgerschap” beter op de kaart te zetten in het onderwijs

Geschreven door Bart Rikken

Het is belangrijk dat mensen al op jonge leeftijd burgerschapskennis en -vaardigheden ontwikkelen. Maar wat houdt burgerschapsonderwijs eigenlijk precies in? En welke problemen hebben zich de afgelopen jaren voorgedaan met betrekking tot de implementatie van burgerschapsonderwijs? Dat lees je in deze blog! We geven daarbij ook drie adviezen voor een verbeterslag die te maken valt.

Burgerschap is een evoluerende term in het Nederlandse schoolsysteem. Goed burgerschap houdt in dat burgers actief deelnemen aan de samenleving met respect voor elkaar, de rechten, verantwoordelijkheden en waarden die de gemeenschap ondersteunen en versterken. Daarentegen, de verschillen tussen leerlingen wat betreft hun betrokkenheid, kennis en vaardigheden met betrekking tot burgerschap maken het uitdagend om een toekomstige samenleving te creëren waarin iedere burger volledig tot zijn recht komt.

Bewustwording

Burgerschap wordt steeds belangrijker, omdat er veel maatschappelijke trends en ontwikkelingen gaande zijn die betrekking hebben op de samenleving: spanning op de arbeidsmarkt en woningmarkt, afnemend vertrouwen in de overheid, klimaatverandering enzovoort. We zijn sterk van elkaar afhankelijk om dergelijke onderwerpen aan te pakken en dat vereist maatschappelijke betrokkenheid van alle burgers in Nederland. Bewustwording over maatschappelijke betrokkenheid dient al op jonge leeftijd te worden gestimuleerd.

Burgerschap in het onderwijs

Door dit blog te lezen krijg je nieuwe inzichten, kennis en inspiratie over burgerschap in het Nederlandse onderwijssysteem. Voor onderwijsinstellingen is het belangrijk om burgerschap op een goede manier te implementeren. Het helpt toekomstige generaties om een waardevolle plek te krijgen in de samenleving en het draagt bij aan een sterkere en betere maatschappij.

Allereerst staan we kort stil bij het kernidee van burgerschapsonderwijs. Vervolgens worden enkele problemen genoemd die te maken hebben met burgerschapsonderwijs. Het blog wordt afgesloten met een aantal mogelijke manieren om burgerschap op een betere manier te implementeren, zowel binnen als buiten de school.

Het kernidee van burgerschapsonderwijs

Burgerschap gaat verder dan enkel kennis overdragen aan leerlingen over de samenleving. “Burgerschap gaat over het samenleven van mensen, in alle verbanden (anders dan gezin en familie) waarin ze leven” (Munniksma et al., 2017). Burgerschapsonderwijs heeft als doel om leerlingen voor te bereiden op hoe zij (in de toekomst) deelnemen aan de samenleving.

Voornamelijk wordt aandacht besteed aan welke verantwoordelijkheden een burger heeft in de samenleving. Het gaat niet zozeer alleen om algemene kennis over onze democratie, maar ook om het ontwikkelen van (sociale) vaardigheden, zoals: communicatievaardigheden en vaardigheden omtrent tolerantie/respect en gedrag.

Uiteindelijk worden leerlingen en studenten opgeleid om kritische, geïnformeerde en betrokken burgers te worden. Zowel het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs als het beroepsonderwijs (met name MBO-instellingen) hebben een wettelijke verplichting om aandacht te besteden aan het vak burgerschap. Om burgerschap succesvol te implementeren op school, dient er genoeg ruimte in het onderwijsprogramma te zijn. Daarnaast dient het vak mee te gaan met de tijd. Dit vraagt om structurele evaluatie van het vak inhoudelijk.

Problemen in het burgerschapsonderwijs

Het potentieel van burgerschapsonderwijs in Nederland wordt op dit moment onvoldoende benut, terwijl het de sleutel kan zijn tot het vormen van succesvolle burgers in de maatschappij. Het lijkt erop dat onderlinge verschillen tussen leerlingen op het gebied van kennis, vaardigheden en interesse in burgerschap steeds groter worden. Deze ongelijkheid heeft niet alleen impact op de toekomst van leerlingen, maar onthult ook tekortkomingen van het burgerschapsonderwijs in Nederland, ook in vergelijking met andere Europese landen. Deze zaken roepen belangrijke vragen op over de toekomst van onze democratie en de noodzaak om het burgerschapsonderwijs te verbeteren. Hieronder worden drie problemen genoemd die impact hebben op de maatschappij van de toekomst.

1. Steeds grotere onderlinge verschillen tussen leerlingen wat betreft burgerschapskennis, -vaardigheden en -interesse

Het lijkt erop dat sommige leerlingen een stuk beter voorbereid zijn – en worden – op het leven na school dan anderen. Dat verschil komt doordat er in Nederland veel onderlinge verschillen zitten in het opleidingsniveau en de sociaaleconomische achtergrond van en tussen leerlingen (“Burgerschap”, 2023; Universiteit van Amsterdam, 2021). Zo is de interesse voor democratie op vwo een stuk groter dan bijvoorbeeld op het vmbo (Universiteit van Amsterdam, 2021).

COVID-19 heeft de onderlinge verschillen tussen leerlingen nog eens extra blootgelegd. Sommige leerlingen konden, vanwege onvoldoende financiële middelen voor een laptop, niet participeren aan het online onderwijs. Deze leerlingen konden niet alleen lastiger onderwijs volgen in het algemeen, maar het voorbeeld toont ook aan dat de kansenongelijkheid in de maatschappij een groot probleem is en dat digitale kennis niet altijd aanwezig is, een van de huidige pijlers in het onderwijs.

2. Op internationaal niveau scoren Nederlandse leerlingen lager op kennis en interesse over burgerschap

Uit het ICCS-onderzoek blijkt dat leerlingen uit verschillende Europese landen (zoals België, Denemarken en Noorwegen) hoger scoren op burgerschapskennis dan leerlingen uit Nederland, terwijl het algemene kennisniveau van Nederlandse leerlingen rond het gemiddelde ligt van de Europese landen uit het onderzoek (Munniksma et al., 2017). Deze leerlingen blijven ook achter op punten als: conventionele aspecten van burgerschap (zoals kennis over de geschiedenis van Nederland, stemmen tijdens verkiezingen etc.) en sociale aspecten van burgerschap (zoals deelname aan protesten of vrijwilligerswerk met het doel om de lokale gemeenschap te helpen) (Munniksma et al., 2017).

Daarnaast spelen ook veel wereldwijde problemen die een maatschappelijke impact hebben: klimaatverandering, armoede, migratie/vluchtelingen, ongelijkheid enzovoort. De constatering dat leerlingen uit andere landen beschikken over meer interesse en kennis op het vak burgerschap, benadrukt de noodzaak om het burgerschapsonderwijs in Nederland te verbeteren, zodat individuen in de toekomstige samenleving hun stem ook kunnen laten horen bij mondiale maatschappelijke vraagstukken.

3. Gebrekkige kennis over en interesse in burgerschap in de Nederlandse samenleving is een gevaar voor de toekomst en onze democratie

Deze trend betreft de groeiende zorg binnen de Nederlandse samenleving over de algemene burgerschapskennis en -vaardigheden van Nederlanders. Het blijkt uit een onderzoek van de Universiteit van Amsterdam (2021) dat jongeren niet veel belang hechten aan democratie.

Daarnaast hebben jongeren in Nederland weinig vertrouwen in de politiek. Jongeren weten dat het kabinet gevallen is en verschillende politieke leiders zijn opgestapt, terwijl deze politieke leiders zaken als de krappe woningmarkt, de toeslagenaffaire en de klimaatverandering niet goed hebben aangepakt de afgelopen jaren (RTL Nieuws, 2023).

Als leerlingen later volwassen zijn en niet begrijpen waarom hun stem en deelname belangrijk zijn in de democratie, kunnen ze bijvoorbeeld terughoudend zijn om deel te nemen aan de politiek. Dit kan leiden tot bijvoorbeeld: weinig betrokkenheid in de samenleving, afwezigheid bij politieke verkiezingen, lage politieke apathie enzovoort (Bolkestein, 1992).

Drie adviezen voor een betere aansluiting

Het is belangrijk dat onderwijsinstellingen hun burgerschapsonderwijs op een dusdanige manier inrichten dat het iedere leerling in staat stelt om (in de toekomst) deel te nemen aan en impact te maken op de samenleving. Hieronder worden drie adviezen toegelicht over hoe burgerschapsonderwijs beter kan aansluiten op de maatschappij van de toekomst. Met deze adviezen kan burgerschap op een dusdanige manier geïmplementeerd worden dat jongeren op een gelijke manier betrokken worden in de maatschappij.

Advies 1: Bevorderen van maatschappelijke betrokkenheid

Burgerschap dient niet alleen beperkt te zijn tot het klaslokaal. Ook ouders en mensen in de maatschappij dienen jongeren actief deel te laten nemen aan de samenleving: van bijvoorbeeld coachen bij een sportteam, tot aan ouderen in het verzorgingshuis helpen met de dagbestedingsactiviteit. Op deze manier kan de maatschappelijke betrokkenheid van jongeren in de maatschappij vergroot worden. Het is niet alleen de school die verantwoordelijk is voor de maatschappelijke participatie van kinderen.

Advies 2: Gelijkere kansen in het onderwijs

Het is van belang dat elke leerling kan meedoen. Gelijke toegang tot kwalitatief burgerschapsonderwijs, moet ongeacht de achtergrond van elke leerling tot de kern van het Nederlandse onderwijs horen. Wanneer bepaalde leerlingen achterblijven op burgerschapskennis en -vaardigheden, dienen scholen extra ondersteuning aan deze “kwetsbare” groep te bieden, zoals degenen die geen toegang hadden tot essentiële technologieën in tijden van de COVID-19 pandemie.

Advies 3: Verbeteren van het curriculum van burgerschapsonderwijs op scholen

De Nederlandse bevolking kan gezien worden als een multiculturele samenleving. Ieders persoonlijke achtergrond kan leiden tot verschillende opvattingen over goed burgerschap. Dat maakt het ingewikkeld om één curriculum te ontwikkelen dat “goed burgerschapsonderwijs” typeert.

De wetswijziging ‘Verduidelijking burgerschap in het funderend onderwijs’ heeft scholen handvatten gegeven over hoe zij meer richting kunnen geven aan het schoolvak burgerschap (VO-raad, z.d.). Desalniettemin ligt de verantwoordelijkheid bij scholen om actief burgerschapsonderwijs in hun onderwijscurriculum te integreren. Dit vereist een proactieve benadering door scholen, zodat jonge generaties voldoende basiskennis, vaardigheden en interesse ontwikkelen om in de toekomst goede burgers te zijn.

Conclusie

Dit blog benadrukt de toenemende urgentie van burgerschapsonderwijs in Nederland. Het brengt aan het licht dat:

  • de toenemende diversiteit onder leerlingen en de uitdagingen van ongelijkheid in burgerschapsonderwijs steeds groter worden;
  • Nederlandse leerlingen lager scoren ten opzichte van andere landen op kennis en interesse over burgerschap;
  • gebrekkige interesse in en kennis over burgerschap mogelijk de toekomst van de democratie belemmert.

Daarom is het belangrijk dat onderwijsinstellingen extra nadruk gaan leggen op: maatschappelijke betrokkenheid, gelijke onderwijskansen en curriculumverbeteringen. Op deze manier worden leerlingen op een gelijkwaardige manier klaargestoomd voor de toekomst.

Wise Up Consultancy heeft al 22 jaar ervaring met onderwijsvraagstukken. Dergelijke vraagstukken worden vaak aangepakt door middel van subsidieaanvragen, projecten, programma’s en onderzoek. Heeft jouw onderwijsinstelling hulp nodig bij het implementatieproces van burgerschap in het curriculum en/of heeft jouw onderwijsinstelling strategisch advies nodig over hoe burgerschap het beste kan aansluiten bij de specifieke behoeften en doelstellingen van jouw school? Neem dan contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek.


In dit blog behandelden we drie adviezen om burgerschapsonderwijs beter op de kaart te zetten in het onderwijs. Wil je meer inzicht in hoe onderwijs kan verbeteren en innoveren, download dan nu onze whitepaper “De 5 nieuwste trends in onderwijs”. In deze whitepaper worden trends en strategieën aangereikt om meer impact te maken.

Bronnen

Bolkestein, F. (1992). Woorden hebben hun betekenis. Prometheus, Amsterdam.

Burgerschap. (2023, 30 januari). Gelijke kansen in de klas. Geraadpleegd op 1 september 2023, opgehaald van https://gelijkekansenindeklas.nl/hoofdstuk/burgerschap/

Munniksma, A., Dijkstra, A. B., Van der Veen, I., Ledoux, G., Van de Werfhorst, H., & Ten Dam, G. (2017). Burgerschap in het voortgezet onderwijs. Nederland in vergelijkend perspectief. Universiteit van Amsterdam.

Universiteit van Amsterdam. (2021, 2 maart). Jonge Scholier hecht niet veel belang aan democratie. Geraadpleegd op 1 september 2023, opgehaald van https://www.uva.nl/content/nieuws/nieuwsberichten/2021/03/jonge-scholier-hecht-niet-veel-belang-aan-democratie.html?origin=ZTqIajedSzmOmNHrCB8ujw&cb&cb

VO-raad. (z.d.). Burgerschapsonderwijs. Geraadpleegd op 1 september 2023, opgehaald van https://www.vo-raad.nl/onderwerpen/burgerschapsonderwijs/wat-speelt-er#wet-voor-burgerschapsonderwijs

Wantrouwen jongeren in overheid groeit, zien jeugdwerkers: “Blijf in gesprek”. (2023, 14 augustus). RTL Nieuws. Opgehaald van https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/artikel/5401632/jongeren-wantrouwen-overheid-jeugdwerkers

Vijf tips om skills-gericht opleiden extra te gaan stimuleren

Geschreven door Tessa van Tilburg

Verder kijken dan diploma’s

Het is inmiddels algemeen bekend dat de hedendaagse arbeidsmarkt een andere aanpak vereist als het gaat om het benaderen van werkzoekenden. Werkgevers moeten verder kijken dan enkel diploma’s en certificaten om werknemers te werven. De zoektocht naar het schaap met de vijf poten is door veel werkgevers al opgeschort en er wordt volop geëxperimenteerd met initiatieven om te onderzoeken of werkzoekenden zonder de juiste diploma’s en/of certificaten geschikt zijn voor de gevraagde functie. Voorbeelden hiervan zijn open hiring, job carving en praktijkleren.

Skills based werken in het onderwijs

Het onderwijs moet eveneens reageren op deze opkomende veranderingen in de arbeidsmarkt. Op dit moment zijn de vooruitstrevende scholen bezig met het ontwikkelen van modulair onderwijs. Dit biedt de mogelijkheid om sneller over de juiste vakvaardigheden te beschikken die bijdragen aan het werken in een bepaalde sector. Een goede ontwikkeling. Maar, dit heeft enkel toegevoegde waarde als de scholieren, studenten en zij-instromers zelf weten waar hun talenten liggen, en welke vaardigheden of competenties nog verder ontwikkeld moeten worden. Deze manier van opleiden noem je skills based. Dit betekent dat het verder ontwikkelen van iemands skills (vaardigheden, competenties) de basis is van de opleiding.

Maar, hoe kun je er als onderwijsinstelling voor zorgen dat scholieren inzicht hebben in hun talenten, vaardigheden en competenties? En hoe kun je tijdens het ontwikkelen van vakvaardigheden, de nadruk leggen op het ontwikkelen van skills? Dat gaat namelijk verder dan de bekwaamheid in de reguliere vakken die op school gegeven worden. In deze blog lees je vijf tips om aan de slag te gaan met skills in jouw onderwijsinstelling.

1. Maak de te ontwikkelen skills inzichtelijk

Ten eerste is het belangrijk om inzicht te krijgen in de skills waarover de leerlingen en studenten beschikken. Dit inzicht kun je op verschillende manieren, met behulp van verschillende tools, krijgen. Door een skills print (een gestructureerd overzicht van de skills waarover je beschikt) te maken, zien leerlingen waar ze goed in zijn. Dit is een zeer positieve benadering van iemands kunnen. Daarnaast is het belangrijk om aan het begin van een lessenreeks inzichtelijk te maken welke skills iemand goed kan gebruiken om de lessenreeks te volgen, en welke skills in deze lessenreeks ontwikkeld gaan worden. In de huidige doelen van de lessenreeksen zitten vaak al verschillende skills verborgen. De focus ligt echter op het ontwikkelen van kennis en vakvaardigheden. Wanneer de focus verschuift naar de te ontwikkelen skills, zijn de leerlingen en studenten zich bewust van de nieuwe manier van leren.

2. Bied perspectief en monitor de ontwikkeling

Een belangrijk onderdeel van de implementatie van skills in het onderwijs, is dat er perspectief wordt geboden en dat de ontwikkeling gemonitord wordt. Perspectief hebben en het monitoren van ontwikkeling motiveert leerlingen. Wanneer de doelen van lessenreeksen in skills beschreven staan, is het heel makkelijk om te laten zien over welke kwaliteiten iemand beschikt na het volgen van een bepaald vak. Door dit inzichtelijk te maken ontstaat er een mooie koppeling tussen onderwijs en arbeidsmarkt. In de arbeidsmarkt wordt er immers druk gewerkt aan het creëren van baanprofielen gebaseerd op skills. Baanprofielen en de te verwerven skills vanuit de vakken op de opleiding kunnen idealiter in de toekomst gekoppeld worden, waardoor het groeipad richting verschillende soorten banen voor leerlingen en studenten al aan het begin van hun carrière inzichtelijk is.

3. Creëer ruimte voor verschillende oplossingen van een probleem

Voor de ontwikkeling van skills is het belangrijk te beseffen dat er verschillende manieren zijn om tot een oplossing van een probleem (d.w.z. een uitdaging binnen een gegeven opdracht aan de student) te komen. Hiervoor is het noodzakelijk dat in de praktische opdrachten die leerlingen krijgen, ruimte is voor een brede benadering van het probleem. Iedere leerling heeft namelijk een andere expertise, en zal op een andere manier tot een oplossing komen. Wanneer je dit als docent erkent, geef je de leerlingen de vrijheid om hun expertise uit te bouwen. Dit is het fundament voor het ontwikkelen van skills.

Als docent vraagt dit om een andere manier van beoordeling. Het gaat niet langer over de juiste kennis die is toegepast, maar over de manier waarop een probleem is aangepakt. Je beoordeelt minder vaak het resultaat, maar daarentegen beoordeel je het proces. Bijvoorbeeld, hoe gemakkelijk, handig en snel komt een leerling tot een oplossing? Dat zegt iets over het probleemoplossend vermogen van een leerling. Daarnaast zegt de voorkeurswijze voor het oplossen van een probleem ook veel over de skills van een leerling. Kiest de leerling ervoor om veel te lezen? Om het gesprek aan te gaan? Of kiest de leerling ervoor om het zelf te proberen?

4. Creëer veel verschillende momenten waarop skills gevalideerd kunnen worden

Om de motivatie voor de ontwikkeling van skills hoog te houden, is het belangrijk dat leerlingen op veel momenten hun geleerde skills kunnen valideren. Dat betekent dat je als onderwijsinstelling bijvoorbeeld kunt werken met deelcertificaten, badges, etc.

Een goed voorbeeld is de ontwikkeling op het Koning Willem I College. Hier werken ze met Open Badges; een digitale manier om te laten zien over welke extra kwaliteiten studenten beschikken. De badges worden aan studenten uitgereikt wanneer ze een aanvullende cursus hebben gedaan. Zoals bijvoorbeeld lasersnijden of 3D-printen.

5. Stel de keuze voor een studierichting uit

Het huidige schoolsysteem dwingt leerlingen om al op bijzonder jonge leeftijd een studierichting te kiezen. In het vroegste geval is dit al op twaalfjarige leeftijd. Wanneer je dan later toch liever een andere richting op zou willen, omdat zodra je ouder wordt blijkt dat dat beter bij jouw skills past, is dat vaak lastig. Door in het primair onderwijs en in de onderbouw van het voortgezet onderwijs meer in te zetten op het ontwikkelen van skills in de breedste zin van het woord, leren leerlingen zichzelf op jonge leeftijd al goed kennen, waardoor de studiekeuze vaker gebaseerd zal zijn op skills. Hierdoor zullen kinderen een keuze voor de toekomst maken op basis van hun talenten en kwaliteiten. Ze weten waar ze écht goed in zijn en dat maakt het volgen van een opleiding en later het uitvoeren van het werk natuurlijk alleen maar leuker.

Meer weten over skills-gericht opleiden? Neem contact op met Tessa van Tilburg die momenteel binnen twee projecten met dit thema werkt.


In dit blog behandelden we vijf tips om skills-gericht opleiden in jouw onderwijsinstelling te stimuleren. Wil je meer inzicht in hoe onderwijs kan verbeteren en innoveren, download dan nu onze whitepaper “De 5 nieuwste trends in onderwijs”. In deze whitepaper worden trends en strategieën aangereikt om meer impact te maken.

4 langetermijneffecten van corona op onderwijs en advies hoe hiermee om te gaan

Corona lijkt alweer enige tijd geleden, desalniettemin is de nasleep in het onderwijs nog steeds voelbaar. Sien Rongen schreef er daarom deze blog over.

De corona-reflex vanuit onderwijs kwam snel van de grond om de spreiding van het virus tegen te gaan. Docenten en studenten hebben zich snel aangepast aan nieuwe technologieën en leermethoden om het onderwijs op afstand mogelijk te maken. Hierdoor is ingeleverd op de wenselijke kwaliteit van het Nederlandse onderwijs. Het volgen van onderwijs op afstand vroeg veel concentratie. Dit lukte niet alle jongeren. Ook het gebrek aan contact met zowel docenten als andere leerlingen kwam de schoolmotivatie niet ten goede. Hierdoor zijn er meer jongeren met achterstanden en zijn de bestaande ongelijkheden in het onderwijs vergroot.

Inmiddels zijn de beperkingen in het onderwijs al enige tijd voorbij. Toch zijn de gevolgen alsnog voelbaar. De schoolresultaten hebben er duidelijk onder geleden, vooral bij leerlingen, studenten en gezinnen die al kwetsbaar waren. In het primair onderwijs is er een vertraging in de leergroei ontstaan op de primaire vakken, zoals rekenen en spelling. In het voortgezet (speciaal) onderwijs gaat het vooral om de executieve vakken. Inmiddels is een groot deel van deze directe vertraging ingelopen. Mede door de inzet van scholen op het inhalen van de achterstanden en door aangepaste richtlijnen, bleven er minder leerlingen zitten op de middelbare school, namen minder leerlingen een tussenjaar en was er een hogere instroom van eerstejaarsstudenten op het hbo.

Naast deze directe achterstanden in het onderwijs die inmiddels weer grotendeels zijn ingehaald, heeft corona ook indirecte gevolgen gehad die op lange termijn merkbaar zullen zijn in het onderwijs. In dit blog behandelen we 4 langetermijneffecten van corona op onderwijs en geven we advies hoe hiermee om te gaan. De belangrijkste vier effecten zijn hieronder uiteengezet.

1. Mentale gezondheid

De pandemie en de bijbehorende stress en isolatie hebben de mentale gezondheid van jongeren beïnvloed. Dit heeft geleid tot verhoogde niveaus van angst, depressie en stress. De sociale isolatie, onzekerheid over de toekomst en verstoring van de dagelijkse routines hebben bijgedragen aan een verhoogd mentaal welzijnsprobleem. Deze negatieve ontwikkeling leek tijdens de tweede lockdown sterker dan tijdens de eerste lockdown. Hoe langer de pandemie duurde, hoe negatiever de gevolgen waren voor het mentaal welbevinden van alle kinderen en jongeren. Het niet kunnen bezoeken van festivals en sportwedstrijden en het niet kunnen zien van familie of vrienden met een kwetsbare gezondheid is een oorzaak. Twee derde van de jongeren had door de coronaperiode hulp of steun nodig, vaak omdat ze niet goed in hun vel zaten.
Hoewel jongeren over het algemeen minder ernstig werden getroffen door corona, kan de impact op hun fysieke gezondheid worden gekoppeld aan veranderingen in levensstijl, verminderde fysieke activiteit en mogelijk vertraagde toegang tot gezondheidszorg voor niet-corona-gerelateerde aandoeningen.

2. Sociale interactie

De coronacrisis heeft bij jongeren niet alleen gezorgd voor leerachterstanden en mentale problemen, ook over het gedrag van jongeren zijn grote zorgen. Door het gebrek aan ontmoeting hadden jongeren moeite om gemotiveerd te blijven of in de (online) leeromgeving voldoende ondersteuning te krijgen van leeftijdsgenoten of docenten. De coronacrisis heeft de vormende jaren voor kinderen totaal verstoord en daar merken scholen de gevolgen van. De beperkingen zoals sociale afstandsmaatregelen en lockdowns hebben de sociale interactie beperkt, wat essentieel is voor de sociale ontwikkeling en het welzijn van jongeren. Gevoelens van eenzaamheid en isolatie zijn toegenomen. Jongeren zijn vaker onbeleefd en onaardig tegen elkaar en moeilijk te motiveren. Uiteraard geldt dit niet voor alle leerlingen, maar de coronatijd lijkt nog steeds grote invloed te hebben op het gedrag van sommigen. Deze gevolgen zullen op lange termijn zichtbaar blijven. Jongeren zijn heel flexibel als het aankomt op kennisontwikkeling, maar juist gedrag, motivatie en zelfstandig werken zijn een stuk moeilijker om aan te pakken.

3. Digitale afhankelijkheid

Door de toegenomen afhankelijkheid van digitale platforms voor onderwijs, werk en sociale interactie is de schermtijd toegenomen tijdens corona. De abrupte overgang naar online onderwijs kwam niet ten goede van de kwaliteit van het onderwijs. Het had vooral invloed op jongeren met minder middelen of specifieke leerbehoeften. Naarmate de situatie evolueerde zijn scholen geconfronteerd met de uitdaging om hybride onderwijsmodellen te implementeren. Hierbij wordt onderwijs deels fysiek en deels online aangeboden. Deze ontwikkeling speelt nog steeds. Het vereist flexibiliteit en aanpassingsvermogen van zowel docenten als studenten.
Ondanks dat het meeste onderwijs niet meer online wordt aangeboden blijkt de schermtijd onder jongeren hoger dan voorheen. Dit levert de nodige problemen op voor de langere termijn. Zo kan dit leiden tot digitale verslaving en een verminderde aandachtsspanne.

4. Sociale ongelijkheid

De effecten van de pandemie zijn niet gelijk verdeeld. Jongeren uit achtergestelde groepen hebben mogelijk onevenredig veel te maken gehad met de gevolgen van de pandemie. Sociaaleconomische ongelijkheden zijn vergroot, wat van invloed is op toegang tot onderwijs, gezondheidszorg en andere hulpmiddelen. Zo hadden niet alle jongeren gelijke toegang tot de benodigde technologie en internetverbindingen, wat bijvoorbeeld leidde tot digitale ongelijkheid. Jongeren met psychische problemen scoorden op mentaal vlak over het algemeen lager tijdens de coronacrisis, net als kinderen die in een instelling wonen. De thuissituatie is erg belangrijk in hoe jongeren de coronacrisis doorkwamen. Zo ervaren jongeren uit grote gezinnen relatief meer mentale klachten. Jonge kinderen uit lage sociaaleconomische status-gezinnen ervaren een sterker negatief effect van de coronacrisis op spraak- en taalontwikkeling.
Het is afwachten hoe de ongelijkheid tussen kinderen en jongeren zich na de coronacrisis verder zal ontwikkelen. Er zijn zorgen over de effecten van het sluiten van de scholen op de lange termijn. Zo kon een deel van de leerlingen minder goed leren door het thuisonderwijs en leidde het wegvallen van de eindtoets in 2020 tot relatief lagere schooladviezen voor leerlingen met een lage sociaaleconomische status.

Adviezen

Na de coronacrisis is er veel aandacht geweest voor leerachterstanden bij jongeren, maar er is nog weinig gekeken naar de achterstanden in sociale vaardigheden die jongeren hebben opgelopen. Het belangrijkste advies voor elke onderwijsinstelling is: negeer de langetermijneffecten niet! Het is belangrijk om aandacht te hebben voor een nieuwe generatie die vanaf het primair onderwijs te maken hebben gehad met corona en de komende vijftien jaar nog doorstromen richting het hoger onderwijs. Deze effecten blijven dus nog lang merkbaar. Er is een tweetal adviezen voor elke onderwijsinstelling; focus naast de didactische rol ook op de pedagogische rol van de onderwijsinstelling en richt op een maatwerkaanpak.

Advies 1. Onderwijsinstelling als didactisch én pedagogisch instituut

Jongeren zijn sociaal anders ontwikkeld in de coronajaren en hierdoor zijn er meer sociaal onwenselijke gedragingen bij een groep jongeren. Het is een logische reflex om jongeren te straffen als ze zich misdragen, maar hierin ligt niet de oplossing. Conflicten en grenzen mogen er natuurlijk zijn, maar scholen moeten naar hun opvoedkundige functie gaan kijken. Onderwijsinstellingen zijn niet alleen een didactisch instituut, maar ook een pedagogisch instituut. Deze taak is na de coronatijd steeds belangrijker. Zet daarom ook in op speciale trainingen voor jongeren in de executieve functie. Het betreft zaken als plannen, motivatie vinden, maar ook omgaan met emoties en sociaal gedrag.

Advies 2. Aanpak vraagt om maatwerk

Er zijn grote verschillen in hoe jongeren de coronamaatregelen hebben ervaren en welke langetermijneffecten zij hiervan ondervinden. Deze diversiteit maakt het moeilijk om kinderen en jongeren als één groep te benaderen. Dit betekent dat er ook geen passende oplossing is die voor alle jongeren werkt. Wel is het zeker dat jongeren meer aandacht en zorg nodig hebben. Hiervoor is het belangrijk dat er maatwerk wordt geboden, waarbij er gekeken wordt naar de specifieke behoefte van individuele kinderen, jongeren en gezinnen.
Als onderwijsinstelling is het van belang om goed samen te werken met zorg en gemeente om zo gezamenlijk een passend en dekkend zorglandschap neer te zetten. Ook op kleinschalige manieren kan er maatwerk worden geboden door extra hulp en ondersteuning in de klassen of door een luisterend oor te bieden. Hierbij is het ook van belang dat leerkrachten en docenten worden ondersteund om zich aan te passen aan deze rol.


In dit blog behandelden we 4 langetermijneffecten van corona op onderwijs en gaven we advies hoe hiermee om te gaan. Wil je meer inzicht in hoe onderwijs kan verbeteren en innoveren, download dan nu onze whitepaper “De 5 nieuwste trends in onderwijs”. In deze whitepaper worden trends en strategieën aangereikt om meer impact te maken.