Bij het nastreven van het beleid Passend Onderwijs mag het speciaal basisonderwijs niet verdwijnen

Onderstaande blog heb ik opgesteld in 2016 gedurende mijn master Onderwijswetenschappen. Tijdens het volgen van deze master was ik werkzaam in het (speciaal) basisonderwijs te Utrecht. Door de publicatie van de eindevaluatie Passend Onderwijs is deze weer actueel. Het dient gelezen te worden in de tijdsgeest van toen, waarbij Passend Onderwijs anderhalf jaar eerder was ingevoerd. Passend Onderwijs zorgde destijds voor een krimp in leerlingenaantal bij het speciaal (basis)onderwijs waardoor diverse scholen in het speciaal basisonderwijs de deuren moesten sluiten. Veel leesplezier!

Regelmatig komen ze weer binnenlopen op het speciaal basisonderwijs (SBO): het hoofd tussen de schouders hangend, terneergeslagen, zich onbegrepen voelend en bovenal gefrustreerd. Het zijn leerlingen die te lang in het reguliere onderwijssysteem zijn gehouden sinds de invoering van het beleid Passend Onderwijs. Dit beleid zegt dat scholen verantwoordelijk zijn alle leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben een goede onderwijsplek te bieden. Door de invoering van Passend Onderwijs komt de positie van het SBO echter in gevaar. SBO is niet hetzelfde als speciaal onderwijs (SO). Het SO is voor leerlingen die een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke handicap hebben en voor leerlingen met emotionele of gedragsproblemen. Het SBO biedt onderwijs aan leerlingen die zich niet optimaal ontwikkelen in het regulier onderwijs (Kasper, 2014). Het betreft hier dezelfde problematieken als binnen het SO, alleen dan in lichtere mate of meerdere problematieken gecombineerd waardoor de leerling niet in een cluster van het SO past. Binnen het SBO krijgen leerlingen extra ondersteuning in kleine groepen om zo de gestelde leerdoelen te bereiken. Leerkrachten in het SBO zijn getraind tegemoet te komen aan extra onderwijsbehoeften van leerlingen. Sinds de invoering van Passend Onderwijs is er een sterke terugloop aan leerlingen op het SBO. Door deze terugloop is het aantal SBO scholen afgenomen van 312 naar 288 (Nationale Onderwijsgids, 2015). Ik schrik van deze terugloop. Het SBO is te belangrijk om verloren te laten gaan.

Volgens van Etten (2015) is er een toename van het aantal schrijnende gevallen waarbij leerlingen onvoldoende steun krijgen doordat zij te laat zijn doorverwezen of omdat een basisschool niet de juiste kennis in huis heeft om deze speciale doelgroep in hun instructiebehoeften te voorzien. 99% van de leerkrachten die meededen aan onderzoek van Gaalen (2015) gaven aan dat ze extra handen willen in de klas zodat ze alle leerlingen passende instructie kunnen aanbieden. Sinds de invoering van Passend Onderwijs worden wel al leerlingen met extra instructiebehoeften in het regulier onderwijs gehouden, maar krijgen leerkrachten nog niet de juiste ondersteuning bij het geven van passende instructie. Schuman (2007) geeft aan dat de nadruk binnen Passend Onderwijs op dit moment nog wordt gelegd op procedures en systeemverandering. Er wordt nog onvoldoende rekening gehouden met de complexe en voornaamste taak van de leerkrachten: leerlingen voorzien van instructie. Volgens Schuman (2007) kan Passend Onderwijs succesvol worden als de overheid en overige instanties professionals op de werkplek effectief gaan ondersteunen. Volgens Meijer (2009) valt de samenwerking tussen verschillende instanties echter niet mee.

Zelf ben ik werkzaam als leerkracht op het SBO en geef les in groep 8. Het merendeel van deze leerlingen heeft een IQ-score tussen de 55 en 75. Daarnaast hebben de meeste leerlingen ook gedragsproblemen/gedragsstoornissen. Ook in het reguliere onderwijs heb ik leerlingen met een laag intelligentieniveau onderwezen. Hier heb ik ervaren dat het onmogelijk is om tijdens een instructie aan een klas met 30 leerlingen, die ik al op drie niveaus instrueer, voldoende tijd te besteden aan leerlingen met een verstandelijke beperking. Mijn ervaring komt overeen met 84% van de leerkrachten die een poll hebben ingevuld. Zij geven aan te weinig tijd te hebben om deze leerlingen tegemoet te komen in hun instructiebehoeften (Gaalen, 2015). Het beleid Passend Onderwijs heeft als doel om zorgleerlingen in het regulier onderwijs beter op te vangen (Meijer, 2009). Ik denk echter dat dit doel middels de huidige uitvoering niet wordt bereikt. Zorgleerlingen worden vaak te laat doorverwezen en krijgen te weinig instructie op hun eigen niveau aangeboden. Het is een mooi initiatief om alle leerlingen binnen een onderwijsvorm te plaatsen, waarbij alle leerlingen van elkaar kunnen leren. Dit is echter een ideaalbeeld dat in de praktijk voor een deel van de zorgleerlingen niet haalbaar is. De leerlingen die niet doorverwezen kunnen worden naar SO vanwege toelatingseisen, maar ook niet optimaal functioneren op het reguliere onderwijs, vallen tussen wal en schip. Het SBO is volgens mij de uitkomst voor deze leerlingen. De overheid zal er in mijn opinie dus sterk voor moeten waken dat ook met het nastreven van Passend Onderwijs, het SBO blijft bestaan.

 

Referenties

Gaalen, E. (2015). Leraren kritisch over passend onderwijs. Nu.nl. Retrieved from http://www.nu.nl/werk-en-prive/4116922/leraren-kritisch-passend-onderwijs.html

Kasper, F. (2014). Wat is het verschil tussen speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs? Retreived from http://www.onderwijsconsument.nl/speciaal-onderwijs-en-speciaal-basisonderwijs-niet-hetzelfde/

Nationale Onderwijsgids. (2015). Voortbestaan speciaal basisonderwijs op de tocht door passend onderwijs. Retrieved from https://www.nationaleonderwijsgids.nl/speciaal-onderwijs/nieuws/27503-voortbestaan-speciaal-basisonderwijs-op-de-tocht-door-passend-onderwijs.html

Meijer, W. (2009) Passend onderwijs vraagt om ideale leraren en ideale hulpverleners. Kind & Adolescent praktijk, 8, 178. doi:10.1007/BF03088074

Schuman, H. (2007). Passend onderwijs. Tijdschrift voor orthopedagogiek, 46, 267-280.