Skip to content
Blog

Wat kunnen gemeenten leren van de Wet Inburgering?

inburgering taalles
De auteur

Nissa Berntsen

Consultant

Suggesties voor jou

Samengevat

De Wet Inburgering 2021 zet in op snelle en volwaardige participatie, bij voorkeur via betaald werk. In de praktijk lukt het combineren van inburgering en werk nog onvoldoende. Gemeenten kunnen dit versterken door minder te sturen op snelle uitstroom en meer op duurzame ontwikkelroutes waarin taal, werkervaring, scholing en begeleiding samenkomen.

De afgelopen maanden was er veel te doen over inburgering. Dat liet de tussenevaluatie van de Wet Inburgering (WI2021) zien, ondanks de positieve effecten en het maatschappelijke doel – volwaardig meedoen, bij voorkeur via betaald werk. Een van de knelpunten is dualiteit: het combineren van werk (participatie) en inburgering. In deze blog haal ik de rode draad uit deze discussie. Waarom werkt dualiteit in praktijk nog niet, en wat kunnen gemeenten leren van de tussenevaluaties.  


Wat is de Wet Inburgering (WI2021)?

WI2021 heeft als doel dat inburgeraars snel en volwaardig meedoen, bij voorkeur via betaald werk. Daarom is in het stelsel de combinatie van inburgering én participatie (dualiteit) opgenomen. Gemeenten kregen meer regie, met ruimte voor begeleiding en maatwerk. Ook is het beoogde taalniveau verhoogd van A2 naar B1. Tot nu toe heeft twee-derde van de inburgeraars die examen deden dit behaald (Regioplan, 2026).


Het probleem: wet leidt slechts beperkt tot ‘volwaardig meedoen’

Van de asielstatushouders binnen het W12021-stelsel heeft 27% gewerkt sinds huisvesting. Voor de gezins- en overige migranten komt dit aandeel uit op 59%. Ook niet-betaald werk is beperkt; in 2024 deden 22% van de asielstatushouders vrijwilligerswerk (Regioplan, 2026). Hoewel statushouders vaker werken dan onder het vorige stelsel, blijft dit aandeel ver achter de totale beroepsbevolking.  

Daarbij plaatst de Rekenkamer plaatst een belangrijke kanttekening: werk leidt niet automatisch tot duurzame participatie. Statushouders die binnen één jaar na huisvestiging werken doen vaak lager betaald werk met beperkte scholingseisen en tijdelijke contracten. Zij werken relatief vaak in banen waar ze niet of nauwelijks Nederlands spreken, zoals de horeca, via uitzendbureaus, of als flitsbezorger. Ook na x jaren werken statushouders relatief weinig in krapte sectoren zoals zorg, onderwijs, techniek en bouw, waar een duurzaam arbeidsperspectief is. Dit legt de spanning bloot tussen participatie en inburgering: Snel uit de uitkering is niet hetzelfde als het hoogst mogelijke taalniveau behalen of duurzaam participeren.

 

De oplossing: denken in ontwikkelingsroutes, niet ‘snel’ werk

De uitdaging is daarom om dualiteit (participatie én integratie) echt met elkaar te verenigen. De oplossing ligt niet in sneller en eerder werken, maar in ontwikkelroutes waarin taal, werkervaring, vakvaardigheden en begeleiding elkaar versterken. Dit verschuift de focus van meedoen op de arbeidsmarkt naar duurzaam meedoen. Gemeentes, vanwege de regie over het (re)integratieproces spelen een belangrijke rol hierin. Wat kunnen zij doen?


1.Een beleidsvisie dat participatie- en integratiedoelstellingen verenigd met nadruk op duurzame participatie

De tussenevaluatie toont aan dat gemeenten worstelen met het uitvoeren van de p-wet en WI2021 tegelijkertijd; inburgering afronden, taalniveau verhogen, uitstroom bijstand. Welk doel krijgt voorrang? Gemeenten zijn terughoudend in het expliciet maken van een visie voor de integratie en wisselwerking van de participatie-wet en integratiewet (Divosa, 2026). Dit leidt tot onduidelijkheid voor ambtenaren en statushouders, die meerdere doelen tegelijkertijd meekrijgen.

Een belangrijke stap voorwaarts is een visie gericht op duurzame plaatsing en scholing. Van de 13 onderzochte gemeenten door de Rekenkamer zette slechts 1 zich expliciet in voor duurzame uitstroom uit de bijstand. De gemeente wil ‘draaideurconstructies’ voorkomen, waarbij mensen met laag betaald en tijdelijk werk snel weer in de bijstand terecht komen  (de Rekenkamer, 2026). Ook zijn er andere voorbeelden van gemeenten die een afweging tussen de twee wetten hebben geëxpliciteerd en dit vertalen naar werkprocessen, o.a. via vaste overlegstructuren tussen beide teams, gezamenlijke doelstellingen en korte lijnen (Blom et al., 2026).


2.Flexibel en inhoudelijk afgestemd taalaanbod

De kwalitatieve evaluatie van WI2021 laat zien dat in de zes van de zeven onderzochte gemeenten het inburgeringstraject voorrang krijgt op werk. Werkroosters moeten zich schikken naar taallessen en andere inburgeringsactiviteiten, terwijl die niet altijd in de avond worden aangeboden. Dat bemoeilijkt de combinatie van werk en inburgering en verkleint kansen om taalvaardigheden in de praktijk toe te passen. Meer flexibiliteit en modulariteit in afspraken met taalaanbieders is daarom nodig. Ook inhoudelijk moet taal beter aansluiten op participatie: slechts één gemeente (Eindhoven) koppelde de taallessen inhoudelijk aan participatieactiviteiten (Blom et all., 2025).


3.Startbanen gekoppeld aan scholing, schakeltrajecten en een ontwikkellijn

Startbanen bieden vooral meerwaarde als ze toeleiden naar duurzaam werk én taalverwerving versterken. Dat vraagt om ruimte voor scholing en begeleiding, gekoppeld aan een duidelijke ontwikkellijn. Zeker in de zorg, onderwijs, techniek en bouw, is vaak eerst een schakeltraject nodig waarin statushouders werken aan taal, werknemersvaardigheden en vakgerichte voorbereiding. Door statushouders toe te leiden naar krapteberoepen geven gemeenten concreet invulling aan het advies van de Rekenkamer (2026).


4. Meer capaciteit voor specialistische consulenten

De evaluaties tonen aan dat de consulent een succesbepalende factor is de integratie, maar de hoge case-load is een knelpunt. Zij zorgen voor maatwerk en zet zich in voor het vinden van en bemiddelen met werkgevers. Investeren in specialistische consulenten en spilfuctionarissen kost aan de voorkant capaciteit, maar kan op langere termijn bijdragen aan betere integratie, duurzamere arbeidsposities en minder terugval in de bijstand.


5. Leren van elkaar

De cases uit de tussenevaluatie laten zien dat gemeenten de inburgering op verschillende manieren invullen. Ook de arbeidsparticipatie verschilt per arbeidsmarktregio, zonder dat dit volledig te verklaren is door grootte of verstedelijking. Dat maakt leren van elkaar belangrijk. Niet alleen tussen gemeenten en regio’s, maar ook met de doelgroep zelf. Den Haag werkt bijvoorbeeld met een klankbordgroep van inburgeraars bij de ontwikkeling en implementatie.


Randvoorwaarden

Tot slot vraagt duurzame participatie om realisme. Inburgeraars moeten balanceren tussen taalles, werk, zorgtaken en soms gezondheidsproblemen. Ook kinderopvang, huisvesting en lange doorlooptijden in de asielketen bepalen of iemand kan starten en volhouden. Gemeenten kunnen veel organiseren, maar het Rijk is nodig om randvoorwaarden te verbeteren en dualiteit goed mogelijk te maken. Positief zijn de aangekondigde aanpassingen, zoals praktijkgericht taal leren in de Z-route en verlenging van de inburgeringstermijn voor werkende inburgeraars.

 
Over Wise up Consultancy:
Wise up helpt (netwerk)organisaties bij het oplossen van vraagstukken op het gebied van arbeidsmarkt, onderwijs en economie. Dit doen we door het inzetten van ervaren project- en programmamanagers, enthousiaste onderzoekers, HR partners en bevlogen adviseurs. Hiermee brengen we complexe opdrachten en vraagstukken van onze klanten tot een succesvol resultaat zodat zij zelf kunnen excelleren. Wij bouwen daardoor mee aan een duurzame en veerkrachtige economie waarin iedereen meedoet en zichzelf optimaal kan ontwikkelen.

Onze inzichten in je inbox?

Schrijf je dan in voor de Wise up nieuwsbrief. Wekelijks nieuwe inzichten in je inbox.

Gebruikte bronnen

Regioplan. 9 januari 2026.  Tussenevaluatie Wet inburgering 2021

Algemene Rekenkamer. 19 januari 2026. Onbenut Potentieel: Gebrek aan resultaten taalverwerving en arbeidsparticipatie bij inburgering

Tweede Kamer brief 28 januari 2026. Kabinetsreactie Tussenevaluatie Wi2021

De Beleidsonderzoekers, 12 april 2026. Een vroege start op de Nederlandse arbeidsmarkt, Ervaringen, resultaten en werking van de proeven met startbanen voor statushouders

  1. Blom, et all. 7 juli 2025. Eindrapportage Kwalitatief onderzoek tweede fase wet inburgering 2021

 

Eindredactie door: Lisanne Drinhuyzen