Skip to content
Blog

Van arbeidsmarktanalyse naar beweging in de arbeidsmarkt

De auteur

De auteur

Brigitte Jansen

Managing consultant

Suggesties voor jou

Samengevat

In arbeidsmarktregio’s vormen arbeidsmarktanalyses vaak de basis voor meerjarenagenda’s. Een arbeidsmarktanalyse krijgt pas waarde wanneer partijen samen betekenis geven aan de cijfers, keuzes maken en hun eigen rol herkennen. Niet het rapport zelf zorgt voor beweging, maar het proces eromheen: gezamenlijke duiding, scherpe prioritering, goede governance en een uitvoeringsagenda waarin rollen, acties en monitoring concreet worden gemaakt.

Van arbeidsmarktanalyse naar beweging: waarom cijfers pas waarde krijgen aan tafel

In alle arbeidsmarktregio’s wordt veel tijd geïnvesteerd in arbeidsmarktanalyses, als basis voor hun meerjarenbeleidsagenda’s – en terecht. Zonder scherp beeld van de arbeidsmarkt stuur je al snel op aannames, incidenten of beelden die in de praktijk maar deels blijken te kloppen.

Maar cijfers op zichzelf veranderen niets. Een analyse krijgt pas waarde wanneer partijen samen betekenis geven aan wat zij zien, keuzes maken over wat prioriteit heeft en hun eigen rol daarin herkennen. De opgave is dus niet: hoe maken we een goede arbeidsmarktanalyse? De belangrijkere vraag is: hoe maken we van een arbeidsmarktanalyse een beweging?


Cijfers krijgen pas waarde aan tafel

Een arbeidsmarktanalyse lijkt op het eerste gezicht vooral een inhoudelijk product: data, trends, conclusies en aanbevelingen. In de praktijk is het ook een uitnodiging tot gesprek. Dezelfde cijfers kunnen voor verschillende partijen iets anders betekenen. Een tekort in de techniek roept bij een werkgever andere vragen op dan bij een onderwijsinstelling, gemeente of uitvoeringsorganisatie. De één denkt aan vacatures en behoud, de ander aan opleidingsroutes, participatie, matching of innovatie.

Daarom is gezamenlijke betekenisgeving zo belangrijk. In veranderkundige termen gaat het om sensemaking: samen betekenis geven aan complexe informatie. De cijfers laten zien wat er speelt; aan tafel bepalen partijen wat dat betekent voor hun regio, hun samenwerking en hun eigen rol. Of eenvoudiger gezegd: cijfers geven richting, mensen geven betekenis.

Dat vraagt wel om méér dan een goed databestand. Een analyse krijgt pas kracht wanneer partijen zich herkennen in het beeld, hun eigen kennis eraan kunnen verbinden en samen een taal ontwikkelen voor de opgaven die zichtbaar worden. Pas dan wordt een analyse geen verantwoordingsdocument, maar een gezamenlijk vertrekpunt voor keuzes.

Yuri Rietmann, programmamanager Arbeidsmarktregio Noord-Limburg, herkent dat. Vanuit zijn rol is hij verantwoordelijk voor de totstandkoming van de Regionale Meerjarenagenda Noord-Limburg. In opdracht van hem begeleid ik dit proces. Voor hem werd de arbeidsmarktanalyse meer dan een rapport toen de regio niet langer werkte met losse signalen, afzonderlijke beelden of verspreide rapporten, maar met één gezamenlijke analyse namens de arbeidsmarktregio.

“Voorheen merkte je dat veel mensen dingen riepen, of dat zaken in verschillende rapporten werden benoemd. Nu hebben we één centraal document, één analyse die in samenhang het beeld geeft van de arbeidsmarkt Noord-Limburg op dit moment.” – Yuri Rietmann

De waarde zat daarbij niet alleen in het verzamelen van data, maar vooral in het bundelen van inzichten van meerdere partners. Niet de data van één partij werd leidend, maar een gezamenlijke feitenbasis. Daardoor ontstond een gedeeld vertrekpunt voor gesprek, beleid en keuzes.


Noord-Limburg: eerst organiseren, dan bewegen

In Noord-Limburg werd zichtbaar dat een arbeidsmarktanalyse pas echt gaat werken wanneer zij onderdeel is van een groter proces. De analyse stond niet op zichzelf, maar werd verbonden aan de inrichting van regionale samenwerking, de ontwikkeling van een beleidsagenda en de vertaling naar uitvoering.

De eerste stap zat daarom niet in de inhoud, maar in de governance. Wie voert met elkaar het gesprek? Welke partijen zitten aan tafel? Wie vertegenwoordigt welke achterban? Waar worden keuzes voorbereid en waar worden ze bestuurlijk gedragen?

Dat klinkt misschien organisatorisch, maar het is een belangrijke voorwaarde voor beweging. Zonder heldere overleg- en besluitvormingsstructuur blijft een analyse al snel iets waar partijen kennis van nemen, zonder dat zij zich eraan verbinden. Goede governance organiseert de plek waar beelden, belangen en keuzes bij elkaar komen.

Rietmann benadrukt dat de lastigste stap in de governance niet zat in het tekenen van een samenwerkingsconvenant, het benoemen van overlegtafels of het ontwerpen van een structuur. De meest bepalende stap was volgens hem fundamenteler:

“Wie spreekt hier eigenlijk namens wie? En waarvoor zitten wij samen aan deze tafel?”

Daarmee raakt hij aan een kernpunt van regionale samenwerking. Governance gaat niet alleen over aanwezigheid aan tafel, maar over mandaat, vertrouwen, terugkoppeling en het kunnen meenemen van de achterban. Een overleg kan bestuurlijk netjes zijn ingericht, maar als deelnemers hun achterban niet kunnen verbinden aan wat aan tafel wordt besproken, ontstaat er nog steeds onvoldoende beweging.

De stap van aanwezigheid naar vertegenwoordiging is daarom cruciaal. Partners denken niet alleen mee vanuit hun eigen organisatie, maar nemen ook verantwoordelijkheid voor het bredere regionale belang. In de woorden van Rietmann zitten partijen aan tafel ‘voor de inwoner van Noord-Limburg’ en moeten zij soms over hun eigen organisatiegrenzen heen kijken.

Vanuit die basis kon de arbeidsmarktanalyse meer worden dan een rapport. De analyse bracht feiten, trends en signalen bij elkaar en maakte zichtbaar welke opgaven gezamenlijk om aandacht vragen. Daarna volgde de stap naar de beleidsagenda: welke opgaven krijgen prioriteit en welke beleidsrichtingen horen daarbij? De uitvoeringsagenda moet vervolgens zorgen voor de vertaling naar doelen, acties, rollen, middelen en monitoring.

Kortom: zonder governance ontbreekt de plek waar keuzes kunnen landen. Zonder analyse ontbreekt de gedeelde feitenbasis. Zonder beleidsagenda blijven inzichten te breed. En zonder uitvoeringsagenda blijft beweging te vrijblijvend.

Bovenkant formulier
Onderkant formulier
Beweging ontstaat onderweg

Een veelgemaakte denkfout is dat beweging pas ontstaat nadat een rapport is vastgesteld. Eerst maken we de analyse, daarna bespreken we die en daarna gaan we aan de slag. In de praktijk werkt het vaak anders: beweging ontstaat juist onderweg.

Dat gebeurt wanneer partijen niet pas aan het eind mogen reageren op een concept, maar eerder worden meegenomen in de vragen die de analyse moet beantwoorden. Wanneer zij hun praktijkkennis kunnen inbrengen, wanneer zij zich herkennen in tussenproducten en wanneer elk gesprek niet alleen gaat over tekst, maar ook over betekenis en vervolgstappen.

De vraag is dan niet: “Hier is het rapport, wat vindt u ervan?”

Maar: “Wat zien we samen? Wat betekent dit? Welke opgaven vragen prioriteit? En waar kunnen we als regio verschil maken?” Daarmee wordt een analyse geen verantwoordingsdocument, maar een werkdocument. Geen eindpunt, maar een tussenstation tussen weten en doen.

Ook in Noord-Limburg kreeg de analyse die functie. De cijfers maakten thema’s zichtbaarder, zoals arbeidsmigranten, basisvaardigheden en de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Volgens Rietmann ontstond daardoor meer richting:

“Dan zie je dat cijfers zichtbaarder worden en ook meer richting gaan geven. Keuzes worden dan gebaseerd op die cijfers.”

Een analyse wordt daarmee pas krachtig wanneer zij niet alleen informatie bevat, maar ook gezamenlijke taal creëert. Die taal helpt om belangen, urgentie en verantwoordelijkheden met elkaar te verbinden.

Van analyse naar agenda: kiezen is ook loslaten

Een goede arbeidsmarktanalyse laat vaak veel zien. Soms zelfs te veel. Tekorten in meerdere sectoren. Vraagstukken rond leven lang ontwikkelen. Onbenut arbeidspotentieel. Aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt. Werkgeversdienstverlening. Inclusiviteit. Arbeidsproductiviteit. Regionale samenwerking. Alles is belangrijk, maar niet alles kan tegelijk.

Daarom is de stap van analyse naar beleidsagenda zo wezenlijk. Daar wordt het gesprek scherper. Welke opgaven vragen gezamenlijke regionale inzet? Waar is samenwerking echt nodig? Waar kunnen bestaande initiatieven worden versterkt? En wat hoort misschien bij een andere tafel, een andere schaal of een later moment?

Een methode als MoSCoW [1] kan helpen om dat gesprek concreet te maken: wat móét onderdeel zijn van de agenda (must have), wat is wenselijk (should have), wat kan later (could have) en wat doen we bewust niet (won’t have for now)?

De kracht zit niet alleen in het ordenen. De echte waarde zit in het gesprek dat daardoor ontstaat. Kiezen is namelijk ook loslaten. En juist dat maakt een agenda sterker. Een agenda die alles wil zijn, geeft weinig richting. Een agenda die keuzes maakt, kan beweging organiseren.

Voor Rietmann ligt daar een belangrijke opdracht voor Noord-Limburg. De regio moet scherp genoeg durven kiezen voor die opgaven waar samenwerking echt noodzakelijk is. Niet alles hoeft regionaal te worden opgepakt, maar juist in de regionale samenwerking moet duidelijk worden waar de gezamenlijke inzet meerwaarde heeft.

Hij noemt daarbij drie thema’s waarop de urgentie groot is en waar versnippering op de loer ligt: de koppeling tussen onderwijs en arbeidsmarkt, basisvaardigheden en arbeidsmigranten. Dat zijn volgens hem pijlers waarop de regio echt focus zou moeten aanbrengen.

“Kiezen betekent ook durven zeggen: dat doen we nu wel, maar heel veel dingen doen we niet.”

Dat is misschien ongemakkelijk, omdat partners, bestuurders of ambtenaren ook andere thema’s belangrijk vinden. Toch is precies dat ongemak onderdeel van volwassen regionale samenwerking. Met beperkte middelen en capaciteit kan een regio niet alles oplossen. De uitvoeringsagenda moet daarom niet alles omvatten, maar juist trechteren, prioriteren en richting geven.

Hoe rapporten gaan werken

Een rapport gaat werken als het gevolgen krijgt voor wat mensen doen. Dat vraagt om vertaling naar uitvoering. Welke doelen verbinden we aan de opgaven? Welke acties horen daarbij? Wie neemt initiatief? Welke partners zijn nodig? Welke middelen zijn beschikbaar? Hoe volgen we de voortgang? En hoe leren we van wat wel en niet werkt?

Daarbij helpt een ontwerpgerichte manier van werken. Niet in één keer van analyse naar groot plan, maar stap voor stap:

  1. Ordenen: wat zien we in de cijfers, trends en signalen?
  2. Duiden: wat betekent dit voor onze regio en herkennen partijen zich hierin?
  3. Kiezen: welke opgaven pakken we gezamenlijk op?
  4. Vertalen: welke doelen, acties, rollen en middelen horen daarbij?
  5. Leren: hoe volgen we de voortgang en sturen we bij?

Wie één van deze stappen overslaat, merkt dat later. Dan is er wel inzicht, maar geen eigenaarschap. Of wel ambitie, maar geen uitvoering. Of wel een uitvoeringsagenda, maar geen gezamenlijk leerproces.

Juist de stap van beleidsagenda naar uitvoeringsagenda vraagt volgens Rietmann discipline. De regio moet afspraken maken over wie wat doet, wanneer iets goed genoeg is en hoe partners elkaar daarop kunnen aanspreken. Monitoring is daarbij geen sluitstuk, maar een essentieel onderdeel van de beweging.

“Van beleidsagenda naar uitvoering vraagt discipline. Wie doet wat? Wanneer doen we het goed? En wanneer kunnen we elkaar aanspreken?”

Daarmee wordt de uitvoeringsagenda meer dan een lijst met activiteiten. Het wordt een manier om de samenwerking niet vrijblijvend te laten zijn. Niet alleen ambities formuleren, maar ook organiseren dat partners elkaar vasthouden op de keuzes die zij samen hebben gemaakt.

Van inzicht naar beweging

De waarde van een arbeidsmarktanalyse zit dus niet alleen in wat er op papier staat. De waarde zit in wat partijen ermee gaan doen.

Wordt de analyse een gedeeld kompas? Helpt zij om keuzes te maken? Brengt zij partijen in positie? En leidt zij uiteindelijk tot andere acties in de praktijk?

De arbeidsmarkt verandert niet door een rapport. Maar een goed rapport, op het juiste moment doorleefd met de juiste partijen, kan wél het begin zijn van gerichte verandering.

Of, zoals de ervaring in Noord-Limburg laat zien: een analyse wordt pas beweging wanneer zij wordt verbonden aan governance, gezamenlijke taal, scherpe keuzes en uitvoeringsdiscipline.

Heb je een arbeidsmarktanalyse of rapport en wil je dat die meer wordt dan een goed document? Wise up helpt je om inzichten te vertalen naar gedeelde opgaven, scherpe keuzes en werkende agenda’s. Benieuwd naar hoe je partijen begeleidt naar beweging in de arbeidsmarkt? Volg dan de masterclass Netwerksamenwerking.

Over Wise up Consultancy:
Wise up helpt (netwerk)organisaties bij het oplossen van vraagstukken op het gebied van arbeidsmarkt, onderwijs en economie. Dit doen we door het inzetten van ervaren project- en programmamanagers, enthousiaste onderzoekers, HR partners en bevlogen adviseurs. Hiermee brengen we complexe opdrachten en vraagstukken van onze klanten tot een succesvol resultaat zodat zij zelf kunnen excelleren. Wij bouwen daardoor mee aan een duurzame en veerkrachtige economie waarin iedereen meedoet en zichzelf optimaal kan ontwikkelen.

Onze inzichten in je inbox?

Schrijf je dan in voor de Wise up nieuwsbrief. Wekelijks nieuwe inzichten in je inbox.

Gebruikte bronnen

[1] Agile Business Consortium. MoSCoW Prioritisation.
Agile Business Consortium. DSDM Project Framework Handbook