Skip to content
Blog

De vergeten factor in arbeidsmarktkrapte: maatschappelijk vastgoed

De auteur

De auteur
Suggesties voor jou

Samenvatting

Nederland zoekt overal naar arbeidsbesparende innovatie, behalve in haar gebouwen. Maatschappelijke voorzieningen worden vaak los van elkaar beheerd, terwijl gedeeld gebruik van ruimte én mensen (receptie, beheer, schoonmaak) schaarse arbeid kan vrijspelen. We introduceren het begrip maatschappelijke vastgoedproductiviteit: hoeveel maatschappelijke waarde levert een gebouw op per vierkante meter, gebruiksuur én arbeidsuur.

We zoeken overal naar arbeidsbesparende innovatie.
Behalve in onze gebouwen.

AI, robotisering, taakdifferentiatie, sociale innovatie, slimmer roosteren. Nu personeel schaars is, zoeken we overal naar manieren om met minder mensen meer voor elkaar te krijgen. Maar één productiemiddel blijft in die discussie opvallend vaak buiten beeld: het gebouw.

Misschien is het tijd om daar verandering in te brengen. Want wat als de manier waarop we onze scholen, sportaccommodaties, bibliotheken, cultuurgebouwen, buurthuizen en andere maatschappelijke voorzieningen hebben georganiseerd óók bepaalt hoeveel mensen we nodig hebben om onze samenleving draaiende te houden?

Arbeid wordt een steeds schaarsere grondstof

Dat de Nederlandse arbeidsmarkt krap is, is inmiddels geen nieuws meer. Interessanter is dat die krapte niet zomaar lijkt te verdwijnen. Uit de Spanningsindicator van UWV blijkt dat in het eerste kwartaal van 2026 voor 87 van de 93 onderzochte beroepsgroepen nog altijd sprake was van een krappe of zeer krappe arbeidsmarkt. Vooral in techniek en zorg en welzijn zijn de tekorten groot. Ook voor onder andere leerkrachten in het basisonderwijs blijft de arbeidsmarkt zeer krap.

De meest recente arbeidsmarktprognose van UWV laat tegelijkertijd zien dat de vraag naar arbeid niet overal afneemt. Alleen al in zorg en welzijn worden tot 2028 ongeveer 90.000 extra banen verwacht, onder meer als gevolg van vergrijzing en een toenemende zorgvraag. Dat maakt de opgave groter dan het simpelweg vervullen van vacatures.

We zullen moeten nadenken over de vraag hoe we met de mensen die wél beschikbaar zijn zoveel mogelijk maatschappelijke waarde kunnen creëren. En precies daarom staat arbeidsproductiviteit steeds nadrukkelijker op de agenda.

Alles moet productiever. Behalve onze gebouwen?

Sinds juli 2026 heeft Nederland zelfs een onafhankelijke Productiviteitsraad, die kabinet en parlement moet adviseren over maatregelen die de structurele groei van de arbeidsproductiviteit bevorderen. In die discussie ontbreekt er nog iets.

Het zijn allemaal waardevolle voorzieningen: een basisschool, bibliotheek, sporthal of gemeentelijk loket. Dit zijn vaak afzonderlijke gebouwen of accommodaties, met eigen openingstijden, eigen beheer, schoonmaak, toezicht, receptie, onderhoud, technische ondersteuning en exploitatie.

Dit zet aan tot denken: hoeveel arbeid vraagt de manier waarop we onze maatschappelijke voorzieningen fysiek hebben georganiseerd eigenlijk?

Kunnen onze gebouwen harder werken, zodat mensen dat niet hoeven te doen?

Dat is geen pleidooi om voortaan alles in één groot multifunctioneel gebouw onder te brengen. Het is wél een pleidooi om anders naar maatschappelijk vastgoed te kijken.

Neem een school die na het einde van de lesdag grotendeels leegstaat. Een sportaccommodatie waarvan het gebruik juist later op de dag piekt. Een ontmoetingsruimte die vooral overdag nodig is. Een vergaderruimte die slechts een aantal uren per week wordt gebruikt.

Wat gebeurt er als maatschappelijke functies niet alleen vierkante meters delen, maar ook ontvangst, beheer, faciliteiten, techniek, schoonmaak of toezicht? Hiermee kunnen niet alleen vastgoed efficiënter benutten, maar ook schaarse arbeid slimmer organiseren.

Er wordt volop onderzoek gedaan naar arbeidsproductiviteit en arbeidsbesparende innovatie. Tegelijkertijd wordt steeds beter onderzocht welke maatschappelijke waarde onze accommodaties opleveren. Dit zijn twee onderzoekswerelden die elkaar nauwelijks ontmoeten.

Multifunctioneler gebruik van accommodaties

Een mooi voorbeeld is de recente verkenning Maatschappelijke waarde van sportaccommodaties van het Mulier Instituut uit maart 2026. Daarin wordt nadrukkelijk verder gekeken dan alleen het faciliteren van sport: sportaccommodaties kunnen ook waarde creëren als ontmoetingsplek en bijdragen aan gezondheid, inclusie en klimaatadaptatie. Het onderzoek wijst bovendien op kansen door méér en multifunctioneler gebruik van accommodaties.

Dat is een belangrijke ontwikkeling, want daarmee verschuift de vraag van “wat kost dit gebouw?” naar “wat levert dit gebouw maatschappelijk op?”. Daar ontbreekt nog één dimensie aan: hoeveel schaarse arbeid is nodig om die maatschappelijke waarde te produceren? Met die vraag komen twee discussies bij elkaar die tot nu toe grotendeels naast elkaar worden gevoerd.

Tijd voor maatschappelijke vastgoedproductiviteit

We introduceren daarom een nieuw begrip: maatschappelijke vastgoedproductiviteit. Bij organisaties vinden we het heel normaal om naar arbeidsproductiviteit te kijken, en bij commercieel vastgoed kijken we naar rendement, bezettingsgraad en benutting. Waarom zouden we bij maatschappelijk vastgoed dan alleen kijken naar kosten per vierkante meter? Stel dat we ook kijken naar hoeveel maatschappelijke waarde een gebouw per vierkante meter, per gebruiksuur én per ingezette arbeidsuur mogelijk maakt, dan verandert het gesprek. Een gebouw dat verschillende maatschappelijke functies faciliteert, grote delen van de dag wordt gebruikt en waarbij organisaties voorzieningen en ondersteuning kunnen delen, kan vanuit dat perspectief veel productiever zijn dan een gebouw dat slechts één functie bedient. Niet omdat multifunctionaliteit een doel op zichzelf is, maar omdat ruimte, geld én mensen schaarse middelen zijn.

En dat raakt meer dan de vastgoedafdeling. Arbeidsmarktbeleid, vastgoedbeleid en sociaal beleid worden binnen organisaties vaak als verschillende werelden beschouwd. Iedereen kijkt vanuit zijn eigen vakgebied naar een deel van dezelfde maatschappelijke werkelijkheid, maar wie stelt de integrale vraag welke maatschappelijke functies we willen organiseren, welke mensen daarvoor beschikbaar zijn en welke fysieke infrastructuur ons helpt om die schaarse menskracht zo effectief mogelijk in te zetten? Dat is een wezenlijk andere manier van denken.

Hoeveel mensen kost het gebouw?

De komende jaren zullen we blijven investeren in AI, digitalisering, robotisering, scholing, taakdifferentiatie en sociale innovatie. Terecht. Maar als arbeid werkelijk een van onze schaarste goederen wordt, kunnen we ons niet veroorloven om alleen te kijken naar de manier waarop mensen werken. We moeten ook kijken naar de systemen, organisaties én fysieke omgeving die we rondom die mensen hebben gebouwd. Want misschien staat een deel van onze arbeidsbesparende innovatie al tientallen jaren voor onze neus; in baksteen, staal en beton.

Dus de volgende keer dat we praten over arbeidsproductiviteit, stel dan eens één extra vraag: hoeveel mensen kost ons gebouw eigenlijk?

Over Wise up Consultancy:
Wise up helpt (netwerk)organisaties bij het oplossen van vraagstukken op het gebied van arbeidsmarkt, onderwijs en economie. Dit doen we door het inzetten van ervaren project- en programmamanagers, enthousiaste onderzoekers, HR partners en bevlogen adviseurs. Hiermee brengen we complexe opdrachten en vraagstukken van onze klanten tot een succesvol resultaat zodat zij zelf kunnen excelleren. Wij bouwen daardoor mee aan een duurzame en veerkrachtige economie waarin iedereen meedoet en zichzelf optimaal kan ontwikkelen.

Onze inzichten in je inbox?

Schrijf je dan in voor de Wise up nieuwsbrief. Wekelijks nieuwe inzichten in je inbox.

Gebruikte bronnen