Skip to content

Hoe gaan andere landen om met een krappe arbeidsmarkt?

Inge Willems ·
Miniatuurvlaggen van diverse landen geplant in aarde op een vergadertafel, omringd door cv's en een notitieboek, warm goudkleurig zijlicht.

Veel landen kampen in 2026 met een krappe arbeidsmarkt: meer vacatures dan beschikbare arbeidskrachten, structurele personeelstekorten in vitale sectoren en een vergrijzende beroepsbevolking. Dit is geen tijdelijk verschijnsel, maar het gevolg van demografische verschuivingen, veranderende arbeidspatronen en onvoldoende aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Hoe andere landen met deze uitdaging omgaan, levert waardevolle lessen op voor iedereen die betrokken is bij arbeidsmarktbeleid in Nederland.

Welke landen kampen ook met een krappe arbeidsmarkt?

Een krappe arbeidsmarkt is geen Nederlands fenomeen. Vrijwel alle westerse economieën hebben te maken met aanhoudende personeelstekorten, met name in de zorg, het onderwijs, de techniek en de bouw. Duitsland, Oostenrijk, Zweden, Canada en Australië behoren tot de landen waar de krapte het meest zichtbaar is. De oorzaken lopen uiteen, maar vergrijzing, lage arbeidsparticipatie van specifieke groepen en een mismatch tussen opleidingsniveau en beschikbare functies spelen overal een rol.

In Duitsland is de krapte zo acuut dat het land al jaren structureel tekortkomt aan vakmensen in de techniek en de zorg. Oostenrijk worstelt met vergelijkbare uitdagingen in de horeca en de bouw. Zweden heeft relatief vroeg geïnvesteerd in actief arbeidsmarktbeleid en kent daardoor een iets andere dynamiek, maar ook daar zijn bepaalde sectoren structureel onderbezet. Canada en Australië zetten arbeidsmigratie al decennialang in als centraal instrument, met wisselend succes. De krappe arbeidsmarkt is kortom een breed gedeeld vraagstuk waarvoor geen eenvoudige oplossing bestaat.

Hoe lossen andere landen personeelstekorten structureel op?

Landen die personeelstekorten structureel aanpakken, combineren meerdere strategieën tegelijk: zij verhogen de arbeidsparticipatie van ondervertegenwoordigde groepen, investeren in om- en bijscholing, hervormen hun onderwijsstelsel en zetten arbeidsmigratie gericht in. Geen enkel land lost de krapte op met één maatregel. De meest effectieve aanpakken zijn gelaagd en langetermijngericht.

Zweden geldt als een van de meest actieve landen op het gebied van arbeidsmarktbeleid. Het land investeert structureel in publieke arbeidsbemiddeling en biedt omscholingsprogramma’s aan die werkenden en werkzoekenden helpen om naar kraptesectoren te bewegen. Denemarken hanteert het zogenoemde flexicurity-model: een combinatie van flexibele ontslagregels, royale werkloosheidsuitkeringen en intensieve begeleiding naar nieuw werk. Dit model verlaagt de drempel om van baan te wisselen, wat de doorstroom op de arbeidsmarkt bevordert.

In Canada en Australië speelt de overheid een actieve rol in het matchen van arbeidsmigranten aan sectoren met de grootste tekorten. Zij werken met puntensystemen die migranten selecteren op basis van opleiding, werkervaring en taalvaardigheid. Tegelijkertijd investeren deze landen in integratieprogramma’s die nieuwkomers snel inzetbaar maken op de arbeidsmarkt.

Wat is het verschil tussen actief en passief arbeidsmarktbeleid?

Actief arbeidsmarktbeleid richt zich op het bevorderen van arbeidsparticipatie door mensen te begeleiden, te scholen of te herplaatsen. Passief arbeidsmarktbeleid biedt financiële ondersteuning aan mensen zonder werk, zoals werkloosheidsuitkeringen, zonder directe inzet op terugkeer naar de arbeidsmarkt. Het onderscheid is cruciaal: landen met een sterk actief beleid weten mensen sneller en duurzamer terug naar werk te begeleiden.

Zweden en Denemarken geven al decennia prioriteit aan actief beleid. Zij investeren relatief veel in publieke arbeidsbemiddeling, omscholingstrajecten en subsidies voor werkgevers die mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst nemen. Het resultaat is een hogere arbeidsparticipatie en een kortere gemiddelde werkloosheidsduur dan in landen die primair op passieve ondersteuning vertrouwen.

Nederland bevindt zich in een middenpositie. Er zijn actieve instrumenten beschikbaar, zoals re-integratietrajecten en subsidies voor werkgevers, maar de uitvoering is versnipperd over gemeenten, UWV en private partijen. Landen als Zweden laten zien dat een meer gecoördineerde aanpak de effectiviteit van actief beleid aanzienlijk vergroot. De les is helder: passieve ondersteuning is noodzakelijk als vangnet, maar lost het tekort aan arbeidskrachten niet op.

Hoe zet het buitenland arbeidsmigratie in als oplossing?

Arbeidsmigratie is in veel landen een structureel onderdeel van de arbeidsmarktaanpak, maar de effectiviteit hangt sterk af van hoe gericht het beleid is. Landen die arbeidsmigratie koppelen aan concrete sectorbehoeften en investeren in integratie en erkenning van buitenlandse diploma’s, boeken de beste resultaten. Ongecoördineerde arbeidsmigratie leidt juist tot nieuwe problemen, zoals verdringing en sociale spanningen.

Canada hanteert het Express Entry-systeem, waarbij migranten punten verdienen op basis van leeftijd, opleiding, werkervaring en taalvaardigheid. Provincies kunnen aanvullende criteria stellen op basis van regionale arbeidsmarkttekorten. Dit maakt het systeem flexibel en vraaggestuurd. Australië werkt met een vergelijkbaar puntensysteem en heeft daarnaast specifieke visa voor sectoren met structurele tekorten, zoals de zorg en de agrarische sector.

Duitsland heeft zijn immigratiewetgeving de afgelopen jaren versoepeld om arbeidsmigranten uit landen buiten de EU aan te trekken. Het land investeert ook in de erkenning van buitenlandse vakdiploma’s, wat een belangrijke drempel was voor arbeidsmigranten die eerder niet aan de slag konden in hun eigen vakgebied. Toch blijft integratie een uitdaging: taalbarrières en culturele verschillen vragen om gerichte ondersteuning die verder gaat dan het verlenen van een verblijfsvergunning.

Welke lessen zijn er voor de Nederlandse arbeidsmarkt?

De belangrijkste les uit het buitenland is dat een krappe arbeidsmarkt een gelaagde, langetermijnaanpak vereist die actief beleid, gerichte arbeidsmigratie en structurele investeringen in onderwijs en scholing combineert. Landen die op één instrument inzetten, lossen de krapte niet op. Nederland kan leren van de gecoördineerde aanpak van Zweden en Denemarken en van de vraaggestuurde migratiestelsels van Canada en Australië.

Concreet zijn er vier lessen die relevant zijn voor Nederlandse beleidsmakers, gemeenten en regionale werkgevers:

  • Investeer in actief arbeidsmarktbeleid door omscholing, begeleiding en samenwerking tussen overheid, onderwijs en bedrijfsleven structureel te financieren en te coördineren.
  • Vergroot de arbeidsparticipatie van ondervertegenwoordigde groepen, zoals mensen met een arbeidsbeperking, ouderen en nieuwkomers, door gerichte begeleiding en werkgeversondersteuning.
  • Maak arbeidsmigratie vraaggestuurd door het koppelen van toelating aan sectorale tekorten en door te investeren in snelle erkenning van buitenlandse diploma’s en integratieprogramma’s.
  • Versterk de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt door regionaal samen te werken aan Human Capital Agenda’s die inzicht geven in de vraag naar competenties op de middellange termijn.

Nederland heeft de instrumenten en de kennis om deze lessen te vertalen naar werkbare beleidskeuzes. Wat ontbreekt, is vaak niet de wil maar de coördinatie: de verbinding tussen de juiste mensen, organisaties en kennis op regionaal niveau. Dat is precies waar duurzame resultaten worden geboekt of gemist.

Hoe Wise up helpt met de krappe arbeidsmarkt

Wise up Consultancy ondersteunt gemeenten, provincies, onderwijsinstellingen en regionale werkgevers bij het vertalen van arbeidsmarktvraagstukken naar concrete, uitvoerbare aanpakken. Met meer dan twintig jaar ervaring in arbeidsmarkt, onderwijs en economie weet Wise up wat er werkt en wat niet. De aanpak is altijd gericht op duurzame resultaten, waarbij alle relevante stakeholders van het begin af aan worden betrokken.

Concreet helpt Wise up onder andere met:

  • Het opstellen van een Human Capital Agenda die inzicht geeft in de regionale arbeidsmarktontwikkelingen en een meerjarig actieplan biedt voor gemeenten en regio’s.
  • Beleidsadvies en programmamanagement voor overheden die actief arbeidsmarktbeleid willen versterken of opnieuw willen inrichten.
  • Werkgeversondersteuning bij HR-vraagstukken, subsidieondersteuning en strategisch personeelsbeleid in een krappe markt.
  • Onderzoek en data-analyse die de basis leggen voor onderbouwde beslissingen over arbeidsmarktinterventies.

Wilt u weten hoe Wise up uw organisatie of regio kan ondersteunen bij de uitdagingen van de krappe arbeidsmarkt? Neem vrijblijvend contact op met ons team voor een eerste gesprek.

Veelgestelde vragen

Hoe begin ik als gemeente met het opzetten van een effectief actief arbeidsmarktbeleid?

Een goede eerste stap is het in kaart brengen van de regionale arbeidsmarktsituatie: welke sectoren kampen met de grootste tekorten en welke groepen mensen staan aan de kant? Vervolgens is het essentieel om werkgevers, onderwijsinstellingen en uitvoeringsorganisaties zoals UWV en sociale diensten vroeg bij elkaar te brengen. Pas als alle partijen dezelfde probleemanalyse delen, is gerichte samenwerking mogelijk. Een Human Capital Agenda kan hierbij dienen als gemeenschappelijk vertrekpunt en meerjarig kompas.

Wat zijn de meest voorkomende fouten die landen maken bij het inzetten van arbeidsmigratie als oplossing?

De grootste fout is het inzetten van arbeidsmigratie zonder koppeling aan concrete sectorbehoeften of investeringen in integratie. Dit leidt tot migranten die niet werkzaam zijn in de sectoren waar het tekort het grootst is, of die door taalbarrières en niet-erkende diploma's onder hun niveau werken. Een tweede veelgemaakte fout is het ontbreken van regionale spreiding: migranten vestigen zich vaak in stedelijke gebieden, terwijl de tekorten juist ook in krimpgebieden en landelijke regio's spelen. Vraaggestuurd beleid met regionale differentiatie, zoals Canada en Australië dat toepassen, voorkomt deze valkuilen.

Is het Deense flexicurity-model ook toepasbaar in de Nederlandse context?

Elementen van het flexicurity-model zijn zeker relevant voor Nederland, maar een directe kopie is niet realistisch. Het Deense model werkt mede doordat het al decennia consequent wordt uitgevoerd en breed maatschappelijk gedragen wordt, inclusief door vakbonden en werkgeversorganisaties. In Nederland zou een vergelijkbare aanpak vragen om hogere investeringen in publieke arbeidsbemiddeling, een herziening van de ontslagbescherming én een sterkere nadruk op intensieve begeleiding naar nieuw werk. De kern van de les is niet het kopiëren van het model, maar het overnemen van het principe: lage drempels voor mobiliteit combineren met stevige ondersteuning bij baanwisseling.

Hoe kunnen werkgevers zelf bijdragen aan het oplossen van personeelstekorten in hun sector?

Werkgevers kunnen een actieve rol spelen door te investeren in interne scholing en loopbaanontwikkeling, zodat medewerkers doorgroeien naar functies waar de krapte het grootst is. Daarnaast loont het om samen te werken met onderwijsinstellingen via stages, leerwerktrajecten en gezamenlijke curriculumontwikkeling. Het verbreden van de werving naar ondervertegenwoordigde groepen, zoals mensen met een arbeidsbeperking of zij-instromers uit andere sectoren, vergroot de vijver van potentiële kandidaten aanzienlijk. Werkgevers die ook investeren in arbeidsvoorwaarden en werkplezier, blijken bovendien beter in staat personeel te behouden in een krappe markt.

Welke rol spelen regionale samenwerkingsverbanden bij het aanpakken van arbeidsmarktkrapte?

Regionale samenwerking is cruciaal omdat arbeidsmarktvraagstukken zelden binnen gemeentegrenzen passen: mensen wonen, werken en leren in een regio, niet in één gemeente. Samenwerkingsverbanden tussen gemeenten, onderwijsinstellingen, UWV en werkgevers maken het mogelijk om schaal te organiseren die individuele partijen niet kunnen bereiken. Denk aan gezamenlijke omscholingsprogramma's, gedeelde data over arbeidsmarktontwikkelingen of regionale campagnes om zij-instromers aan te trekken. De praktijk laat zien dat regio's met een goed functionerende triple helix-samenwerking sneller en effectiever reageren op krapte dan regio's waar partijen los van elkaar opereren.

Hoe meet ik of arbeidsmarktinterventies daadwerkelijk effect hebben?

Effectmeting begint bij het formuleren van heldere, meetbare doelstellingen vóórdat een interventie van start gaat: hoeveel mensen moeten worden omgeschoold, in welke sector, en binnen welke termijn? Relevante indicatoren zijn onder meer de doorstroom van werkzoekenden naar werk, de duur van vacaturevervulling in kraptesectoren en de arbeidsparticipatiegraad van specifieke doelgroepen. Het is verstandig om zowel kwantitatieve data als kwalitatieve inzichten van deelnemers en werkgevers te combineren. Landen als Zweden laten zien dat structurele monitoring en evaluatie niet alleen verantwoording mogelijk maken, maar ook de basis leggen voor continue verbetering van het beleid.

Wat is het verschil tussen een Human Capital Agenda en een regulier arbeidsmarktonderzoek?

Een regulier arbeidsmarktonderzoek beschrijft de huidige situatie: hoeveel vacatures zijn er, welke sectoren groeien en welke krimpen? Een Human Capital Agenda gaat een stap verder: het vertaalt die inzichten naar een meerjarig actieplan met concrete maatregelen, verantwoordelijkheden en mijlpalen. Het onderscheidende kenmerk is dat een Human Capital Agenda tot stand komt in samenwerking met alle relevante regionale partners, waardoor er direct draagvlak is voor de uitvoering. Zo wordt onderzoek geen rapport dat in een la verdwijnt, maar een levend instrument dat richting geeft aan investeringen in onderwijs, scholing en arbeidsmarktbeleid.

Gerelateerde artikelen