Skip to content
Blog

AI Act: waarom voldoen aan de regels alleen niet genoeg is.

De auteur

Jeffrey Habraken

Consultant

Suggesties voor jou

Samengevat

De Europese AI Act vraagt organisaties niet alleen om aan nieuwe regels te voldoen, maar vooral om anders naar AI te kijken. AI is geen eenmalig implementatieproject, maar een voortdurende ontwikkeling die vraagt om leren, samenwerken en aanpassen. Wie AI uitsluitend als een wettelijke verplichting ziet, mist de kans om de organisatie toekomstbestendig te maken. De AI Act is daarmee niet alleen een regelgeving, maar ook een uitnodiging om anders te organiseren.

Met de komst van de Europese AI Act worden onderwijsinstellingen geconfronteerd met nieuwe verplichtingen. Zo moeten organisaties die AI inzetten bij toetsing of plaatsingsbeslissingen aantoonbaar werken aan AI-geletterdheid van medewerkers en aan transparantie. Ook zorgvuldig toezicht op AI-systemen is daarbij een vereiste.

In veel organisaties leidt dat tot een waarschijnlijk herkenbare reflex: beleid opstellen, verantwoordelijkheden beleggen, trainingen organiseren en vastleggen hoe AI “veilig” gebruikt mag worden. Dat is Logisch en nodig.

Maar wie iets verder kijkt dan de compliance opgave, ziet dat er iets fundamenteels onder deze ontwikkeling ligt.De AI Act maakt namelijk zichtbaar dat veel organisaties nog zijn ingericht op een wereld waarin verandering overzichtelijk en beheersbaar was. AI ontwikkelt zich echter als een continue stroom van nieuwe mogelijkheden en dilemma’s.

En dat schuurt. Niet alleen technisch, maar vooral organisatorisch.

AI is geen implementatievraagstuk

Organisaties integreren nieuwe technologie vaak projectmatig. Er komt een werkgroep, er wordt beleid ontwikkeld, medewerkers krijgen een training en daarna volgt een implementatie. Die manier van werken heeft organisaties decennialang geholpen om veranderingen beheersbaar te maken. AI laat zich alleen moeilijk vangen in dat patroon.

Terwijl het AI-beleid nog in ontwikkeling is, zijn nieuwe AI-toepassingen alweer beschikbaar. Terwijl trainingen worden uitgerold, experimenteren medewerkers al met generatieve AI in hun dagelijkse werk. En terwijl kaders worden vastgesteld, verschuift de praktijk alweer.

Dat betekent niet dat beleid of training overbodig is. Het betekent alleen wel dat de klassieke scheiding tussen “voorbereiden” en “implementeren” steeds minder houdbaar wordt. AI vraagt niet om een implementatieplan. AI vraagt om een organisatie die continu kan leren en bijstellen.

De ritmekloof: waarom het wringt

Onder de oppervlakte speelt iets dat vaak onderbelicht blijft in discussies over AI: verschillende vormen van ontwikkeling bewegen in verschillende ritmes. Technologische innovatie ontwikkelt zich snel en cumulatief. Elke maand nieuwe modellen, nieuwe toepassingen, nieuwe mogelijkheden. Organisaties bewegen ‘langzamer’. Via besluitvorming, governance, begrotingscycli en formele structuren. En ook menselijke ontwikkeling beweegt weer anders. Het ontwikkelen van skills, professioneel oordeel en vertrouwen kost tijd. Het ontstaat door het te ervaren in de praktijk en door te reflecteren en te herhalen.

Die drie ritmes zijn dus niet op elkaar afgestemd. Op zichzelf is dat geen probleem. Het probleem ontstaat pas wanneer organisaties impliciet verwachten dat mensen zich in hetzelfde tempo ontwikkelen als de technologie. Dan verschuift de aandacht naar versnellen. Dan gaan we sneller trainen, sneller beleid maken en sneller implementeren.

Terwijl de kernvraag eigenlijk een andere is: ‘hoe kun je de organisatie zodanig inrichten dat die verschillende ritmes naast elkaar kunnen bestaan zonder dat de kwaliteit van professioneel handelen onder druk komt te staan?’

De AI Act als spiegel van een organisatievraagstuk

Vanuit dat perspectief is de AI Act minder een eindpunt en meer een spiegel. Zij dwingt organisaties immers om expliciet te maken:

  • wie verantwoordelijk is voor AI-gebruik;
  • hoe besluitvorming plaatsvindt;
  • hoe risico’s worden afgewogen;
  • en hoe medewerkers worden ‘uitgerust’ om hiermee om te gaan.

Maar indirect stelt de AI Act een nog belangrijkere vraag: ‘Is onze organisatie eigenlijk ingericht op die voortdurende verandering?’

Want AI is geen éénmalige innovatie die je “invoert” en vervolgens beheerst. Het is een blijvende ontwikkeling die zich door de hele organisatie heen beweegt: in onderwijs, HR, beleid, kwaliteitszorg en dagelijkse praktijk. Dat maakt AI niet alleen een technologisch vraagstuk, maar vooral een vraagstuk van organiseren, leren en samenwerken.

Van compliance naar ontwikkelopgave

Wie AI vooral benadert als compliancevraagstuk, richt zich logischerwijs op kaders en controle. Dat is ook noodzakelijk, maar het is niet voldoende.

In de praktijk ontstaat de meeste waarde (en ook de meeste spanning) juist in de ruimte tussen regels en dagelijkse toepassing. Daar waar professionals afwegingen maken: wanneer is AI behulpzaam, wanneer niet, en wat betekent dit voor kwaliteit van werk? Daar ligt de echte opgave. Niet in het volledig vastleggen van gebruik, maar in het organiseren van verantwoord handelen in situaties die voortdurend veranderen.

Vijf handelingsrichtingen voor organisaties

Hoe geef je daar richting aan in de praktijk? Vijf handelingsrichtingen kunnen helpen om AI te reguleren, maar ook organisatorisch te verankeren.

  1. Maak zichtbaar waar AI al wordt gebruikt

In veel organisaties loopt de praktijk voor op het beleid. Begin daarom bij de realiteit. Waar wordt AI al gebruikt? Door wie? En met welk doel? Dat vormt de basis voor ieder gesprek over governance en ontwikkeling.

  1. Organiseer AI-geletterdheid als continu proces

AI-geletterdheid is geen eindniveau dat je behaalt na een training. Het is een ontwikkelproces dat meebeweegt met technologie en praktijk. Dat vraagt om structurele aandacht voor leren en reflecteren in teamverband.

  1. Ontwerp ruimte voor veilig experimenteren

Innovatie ontstaat in de praktijk. Door ruimte te creëren voor kleinschalige experimenten ontstaat inzicht in wat werkt, welke risico’s er zijn en wat kan worden opgeschaald.

  1. Verbind AI aan bestaande organisatieopgaven

AI raakt zelden één domein. Een effectieve aanpak verbindt AI daarom aan bestaande ontwikkellijnen in plaats van het als los programma te organiseren.

  1. Richt governance in als leermechanisme

Toezicht gaat niet alleen over controle, maar ook over leren. Wat werkt in de praktijk? Waar ontstaan nieuwe risico’s? Welke afspraken moeten worden aangepast op basis van ervaring?

Vier vragen die richtinggevend kunnen zijn

Naast concrete acties helpen vooral ook reflectieve vragen om richting te bepalen:

  1. Waar gebruiken medewerkers AI al in de praktijk, los van formeel beleid?
  2. Waar vraagt AI om professionele afwegingen in plaats van standaardregels?
  3. Hoe organiseren we dat leren over AI onderdeel wordt van het dagelijks werk?
  4. Is onze organisatie ingericht op voortdurende verandering, of vooral op incidentele vernieuwing?
Tot slot

De AI Act markeert een belangrijke stap in de regulering van AI. Maar in de praktijk is zij vooral een aanleiding om een fundamenteler gesprek te voeren.

Niet over de vraag hoe we AI implementeren. Maar over de vraag hoe we organisaties zo inrichten dat mensen verantwoord kunnen blijven werken in een omgeving die voortdurend verandert.

Technologie zal zich blijven ontwikkelen. En het tempo waarop dat gebeurt is nauwelijks te beïnvloeden. Wat wél beïnvloedbaar is, is de manier waarop organisaties ruimte organiseren voor leren en het maken van professionele afwegingen. Misschien ligt daar de echte opgave van de komende jaren, niet in het sneller adopteren van technologie.

Maar in het zorgvuldig organiseren van menselijke ontwikkeling in een wereld die steeds sneller verandert. Dat is geen technische opgave, maar een maatschappelijke opgave. Of het nu gaat om onderwijs, arbeidsmarktregio’s, gemeenten of andere publieke organisaties: overal waar mensen samen werken aan maatschappelijke waarde, wordt het vermogen om met voortdurende verandering om te gaan steeds bepalender voor de kwaliteit van het systeem als geheel. Precies daarom is de AI Act niet alleen een vraag naar compliance, maar een uitnodiging om anders naar organiseren te kijken: minder als het vastleggen van regels rond technologie, en meer als het duurzaam inrichten van publieke systemen die kunnen meebewegen met voortdurende verandering.

 

Over Wise up Consultancy:
Wise up helpt (netwerk)organisaties bij het oplossen van vraagstukken op het gebied van arbeidsmarkt, onderwijs en economie. Dit doen we door het inzetten van ervaren project- en programmamanagers, enthousiaste onderzoekers, HR partners en bevlogen adviseurs. Hiermee brengen we complexe opdrachten en vraagstukken van onze klanten tot een succesvol resultaat zodat zij zelf kunnen excelleren. Wij bouwen daardoor mee aan een duurzame en veerkrachtige economie waarin iedereen meedoet en zichzelf optimaal kan ontwikkelen.

Onze inzichten in je inbox?

Schrijf je dan in voor de Wise up nieuwsbrief. Wekelijks nieuwe inzichten in je inbox.