Onderzoek: Waar spreken we af? MS Teams?

80% van de werkenden maakt dagelijks gebruik van digitale communicatiemiddelen en 81% gaat daar ook ná Corona mee door.

Wise up Consultancy heeft onderzoek gedaan naar de impact van Corona op werk. Waaronder het gebruik van digitale communicatiemiddelen. Lees hieronder de resultaten over het gebruik van digitale communicatiemiddelen vóór, tijdens en ná Corona.

Vóór
Vóór Corona maakte 78% van de werkenden niet of nauwelijks gebruik van digitale communicatiemiddelen zoals MS Teams, Zoom of Skype. Slechts 3% maakte hier dagelijks gebruik van voor Corona (zie figuur 1).

Tijdens
De wereld is nu compleet anders. Op dit moment maakt 79% van de werkenden dagelijks gebruik van deze digitale communicatiemiddelen (zie figuur 2). Sterker nog: 27% heeft meer dan 4 calls per dag. Slechts 21% maakt nog steeds niet of nauwelijks gebruik van digitale communicatiemiddelen. De overgrote meerderheid (drie kwart) geeft tevens aan dat het gebruik van digitale communicatiemiddelen begint te wennen.


We kunnen dus wel stellen dat het aanpassingsvermogen tijdens deze Corona crisis enorm groot is. En het ziet ernaar uit dat het gebruik van digitale communicatiemiddelen een blijvertje is, 81% van de respondenten geeft dit aan (zie figuur 3).

Ook na Corona wil de meerderheid van de respondenten meer thuis gaan werken en het aantal reizen voor werk beperken. Nu het overgrote deel van de werkenden gewend is geraakt aan het communiceren via digitale middelen wordt thuiswerken wellicht meer en meer de norm.

Respondenten

In totaal hebben 67 respondenten de online vragenlijst ingevuld. De belangrijke karakteristieken van de respondentengroep worden hieronder kort beschreven:

  • Hiervan is 57% vrouw en 43% man
  • Ongeveer een derde van de respondenten is werkzaam in de specialistisch zakelijke dienstverlening. De sectoren openbaar bestuur en zorg en welzijn zijn daarna de sectoren waar de meeste respondenten werkzaam zijn. De overige sectoren zijn gelijkmatiger vertegenwoordigd.
  • De meeste respondenten zijn hoger opgeleid namelijk 84% (60% is hbo opgeleid)


Dit onderzoek is uitgevoerd door Wise up Consultancy. In totaal hebben 67 respondenten de vragenlijst ingevuld. Komende weken zullen wij de resultaten van de enquête delen via LinkedIn en onze website (
www.wiseup.nl). Meer weten over het onderzoek? Dan kunt u contact opnemen met lars.damen@wiseup.nl.

 

 

 

De energietransitie als kans voor leren en werken

6 tips om van de energietransitie een kans te maken voor je regionale arbeidsmarkt

De energietransitie is één van de belangrijkste transities, die effect gaan hebben op de regionale arbeidsmarkt de komende decennia. Een CO2 reductie van 49% in 2030 is zeer ambitieus en vraagt al op de hele korte termijn om concrete regionale acties. Netto gezien neemt de werkgelegenheid fors toe door alle noodzakelijke maatregelen die hiervoor getroffen dienen te worden bij de vijf sectortafels van het klimaatakkoord[1]: het opwekken van duurzame energie, het verduurzamen van de gebouwde omgeving, het elektrificeren van mobiliteit, het circulair maken van de industrie en het herinrichten van landschappen en landbouw. Bovendien wordt de regio een steeds belangrijker speelveld gezien de trend van decentralisering in de energiewereld. Steeds meer regio’s erkennen dit belang ook. Zo organiseert de regio Noordoost-Brabant op 3 oktober de bijeenkomst ‘Talent voor de energietransitie’.

Op basis van voorspellende rekenmodellen in de frictie analyse van PBL en ROA[2], kan de schatting gemaakt worden dat er honderdduizenden banen extra bijkomen in Nederland. Het betreft een breed spectrum aan sectoren, beroepen en competenties; kansen van praktisch tot hoogopgeleid; veel technologisch, maar ook planologisch en sociaal. Het is daarom waardevol om de energietransitie binnen het onderwijs- en arbeidsmarktbeleid te positioneren als zeer kansrijk. Met actief en slim onderwijs- en arbeidsmarktbeleid kan een regio toekomstbestendig worden en (economische) kansen optimaal benutten.

De energietransitie en de arbeidsmarkt zijn een krachtige en duurzame brandstof voor elkaar als ze tijdig aan elkaar worden voorgesteld, samen met elkaar op kunnen trekken en de ruimte krijgen om met elkaar te mogen experimenteren. Hier volgen zes tips voor regio’s met praktische oplossingen, concrete en haalbare acties op korte en middellange termijn, waarmee als arbeidsmarktregio tijdig en kansrijk ingespeeld kan worden op de energietransitie.

  1. Een challenge of game ontwikkelen met regionale partners waarmee bewustwording m.b.t. de energietransitie en de toekomstige banen gecreëerd wordt

Gamificatie is zeker niet nieuw als concept, maar is bewezen effectief als het gaat om het enthousiasmeren van jongeren en hen te helpen bij het maken van keuzes. Met behulp van gamificatie kan je op speelse wijze laten zien dat de energietransitie super gaaf is om aan te werken. Tevens kan de maatschappelijke en ecologische impact beleefd worden, waardoor er ook echt een gevoel van betrokkenheid bij kan ontstaan. Sla daarom de handen ineen met regionale overheden, onderwijsinstellingen en bedrijven en maak een game of challenge die gekoppeld is aan instroom opleidingen en loopbaan oriëntatie. Laat bijvoorbeeld de gamer zelf bepalen hoe hij of zij een wijk van het gas af zou halen en duurzame energie zou opwekken, opslaan en transporteren in een wijk. De wijkgerichte aanpak[3] m.b.t. het van het gas afhalen van hele wijken en huizenblokken kan hier mooi bij aanhaken. De gamer dient te kiezen welke lokale organisaties ingeschakeld kunnen worden en welke vakmensen de klus het beste kunnen klaren. Beloon de gamer vervolgens met mooie video’s over hoe het werk er daadwerkelijk uitziet in de praktijk en wat de impact van de gemaakte keuzes is. Mede afgaande op de frictie analyse van PBL en ROA dienen de volgende beroepen zeker aan bod te komen: bouwvakkers, elektriciens en elektronicamonteurs, software- en applicatieontwikkelaars, elektrotechnisch ingenieurs, ingenieurs (geen elektrotechniek), architecten, projectleiders (evt. ook niet technisch), projectontwikkelaars en technische natuur- en bouwkundigen.

  1. Overheid, onderwijs en bedrijfsleven samen laten werken aan de energietransitie op een fysieke locatie (living lab/huis voor de energietransitie)

Ondanks dat we leven in een digitaal tijdperk kan de kracht van de fysieke ontmoeting nog steeds nauwelijks onderschat worden. Ontmoetingen zijn meestal leuk, kunnen zeer bijzonder zijn en in meer economische termen zelfs leiden tot kansen en rendement. Daarom kan een plek waar regionaal kennis en kunde samenkomt op het vlak van de energietransitie zo waardevol zijn. Zeker rondom de energieleveranciers en netbeheerders. Opwekking, opslag en distributie van energie zal namelijk steeds meer decentraal vorm krijgen. Regio’s dienen hiervoor zelfs een regionale energiestrategie (RES) uit te werken[4]. Bovendien kan de eerder genoemde wijkgerichte aanpak een mooie cockpit krijgen op deze locatie. Samen leren, ondernemen en innoveren met overheid, onderwijs en bedrijven uit de (machine)bouw, installatie- en IT sector op een plek met living lab faciliteiten voor leerlingen, studenten, docenten, onderzoekers, werknemers en ondernemers lijkt hierdoor zeer kansrijk. Een dergelijke plek zal een broedplaats voor learning communities kunnen worden.

  1. Modulair onderwijs voor de energietransitie ontwikkelen

Het is voor het reguliere onderwijs steeds lastiger om alle technologische innovaties bij te houden en in het curriculum van opleidingen te kunnen verwerken. Als de doorlooptijd voorbij is staat er namelijk alweer een nieuwe innovatie op de stoep. Bovendien kost het een hoop geld om technische apparatuur en kennis up to date te houden. De vroegere bedrijfsschool was in dat kader nog helemaal niet zo verkeerd. Het antwoord dat in deze tijd gegeven wordt is flexibel en modulair onderwijs dat door onderwijsinstellingen in samenwerking met en ook bij bedrijven ontwikkeld wordt. De energietransitie is bij uitstek geschikt voor modulair onderwijs gezien de diverse werkgebieden die samenkomen en waarbij juist op de snijvlakken veel innovaties plaatsvinden: duurzame installatietechnieken en elektrificatie van apparaten en werktuigen. Met modulair onderwijs vergroot je de aantrekkingskracht van het onderwijs met betrekking tot nieuwe instroom en bied je tegelijkertijd een instrument waarmee leven lang ontwikkelen in de voor de energietransitie relevante sectoren een impuls kan krijgen voor het zittend personeel alsook zij-instromers. Vanuit de overheid is er een regeling die flexibel onderwijs subsidieert: Subsidieregeling flexibilisering MBO[5].

  1. Zet sociale innovatie in voor de energietransitie

Naast de kwantitatieve impact die de energietransitie op de arbeidsmarkt gaat hebben is de kwalitatieve impact minstens even groot. Door technologische innovatie, de toename van ICT toepassingen in veel banen en de integratie van diverse vakgebieden (binnen bijvoorbeeld de installatiebranche) stijgt het algehele gevraagde kennisniveau. Bovendien zullen er door de snelle technologische ontwikkelingen (te denken aan robotisering en kunstmatige intelligentie) ook banen in rap tempo verdwijnen. Dit brengt voor ondernemers met personeelsschaarste kansen met zich mee, echter voor werknemers betekent dit onzekerheid. Onzekerheid over hun toegevoegde waarde en functionele rol in de toekomst. Sociale innovatie helpt hierbij door bewustwording te creëren, attitudes te beïnvloeden en meer acceptatie bij toekomstige veranderingen te krijgen. Laat bijvoorbeeld tijdig zien welke kansen er ontstaan voor het personeel en hoe zij zich hier op voor kunnen bereiden door bijvoorbeeld nu al specifieke opleidingsmodules te gaan volgen. Door sociale innovatie als onmisbaar element in de strategische HRM toolkit op te nemen kunnen organisaties wendbaar worden en hiermee de voordelen van technologische innovatie beter benutten en algehele organisatie ontwikkeling zelfs in een hogere versnelling krijgen. Voor de provincie Gelderland is sociale innovatie een belangrijk speerpunt in haar onderwijs en arbeidsmarkt beleid. De provincie Gelderland heeft namelijk een aparte regeling om sociale innovatie binnen het MKB te ondersteunen[6].

  1. Banen creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt

De energietransitie gaat om hele concrete uitdagingen in een complex speelveld. De uitdagingen op de korte en middellange termijn zijn het grootst bij de sectortafels Elektriciteit en de Gebouwde Omgeving. Het is ondertussen wel zo’n beetje duidelijk wat er allemaal precies moet gaan gebeuren. Grofweg gezegd: het isoleren en verduurzamen van panden, het maken en installeren van energieopwekkende systemen en het bouwen en aanleggen van een nieuwe decentrale energie infrastructuur met daarbij behorende energie installaties. Door tijdig de HR instrumenten strategische personeelsplanning en job carving in te zetten kunnen bepaalde eenvoudige en repetitieve taken die ontstaan (te denken aan het leggen en doortrekken van kabels en allerhande plug en play werkzaamheden) gebundeld worden in banen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het is aan te bevelen dat (lokale) overheden zorgen voor experimenteerruimte op dit vlak om e.e.a. extra te stimuleren.

  1. Omarm het smart cities gedachtegoed

Energie is één van de domeinen van een zogenaamde ‘smart city’[7]. Een slimme stad is een stad waarbij informatietechnologie en het internet der dingen gebruikt worden om de stad te beheren en te besturen. De energietransitie heeft als gevolg dat er op lokaal niveau marktplaatsen ontstaan waar vraag en aanbod in duurzame energie bij elkaar komt en als het waren verhandeld wordt. Er komen datawetenschappen bij aan te pas om deze ‘platformisering’ aan te sturen en in goede banen te leiden. Dezelfde datawetenschappen worden ingezet om de industrie meer circulair te maken, informatie te beveiligen, de gemeenschap te dienen, gezondheidszorg te versterken en mobiliteit te verduurzamen. Dit vraagt om een integrale benadering en aanpak, zodat de inzet van data en informatietechnologie optimaal haar vruchten afwerpt in de stad en regio. Bovendien ontstaan hier mooie kansen voor praktische en theoretisch opgeleide ICT’ers om een directe bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van de eigen stad.

Samenvattend gezegd loont het om voor de energietransitie:

Ø Via gamificatie nieuw talent aan te boren voor de energietransitie

Ø Learning communities in samenwerking met de 3 O’s vorm te geven op een fysieke plek

Ø Modulair onderwijs te ontwikkelen voor zittend personeel en zij-instromers

Ø Sociale innovatie in te zetten om het maximale uit technologische innovatie te halen

Ø Banen te creëren met het oog op een inclusieve arbeidsmarkt

Ø Het smart cities gedachtegoed te omarmen

[1] https://www.klimaatakkoord.nl/klimaatakkoord/sectortafels

[2] https://www.pbl.nl/sites/default/files/cms/publicaties/pbl-2019-frictie-op-de-arbeidsmarkt-door-de-energietransitie-3438.pdf

[3] https://www.klimaatakkoord.nl/documenten/publicaties/2019/01/08/achtergrondnotitie-gebouwde-omgeving-wijkgerichte-aanpak

[4] https://regionale-energiestrategie.nl

[5] https://levenlangontwikkelen.nl/nieuws/subsidieregeling-flexibel-mbo-in-de-maak/

[6] https://www.gelderland.nl/Sociale-innovatie

[7] https://nl.wikipedia.org/wiki/Slimme_stad


Wise up houdt zich bezig met de energietransitie en projecten op het gebied van onderwijs en arbeidsmarkt.

 

Op het snijvlak van onderwijs en arbeidsmarkt

Lars Damen, consultant bij Wise up, werkt voor Regio West-Brabant in de rol van Human Capital Coördinator Topsectoren. Vanuit die rol schreef hij de blog: “Omarm innovatie en creëer vooruitgang door samen te werken” voor de nieuwsbrief van West-Brabant werkt aan morgen. 

Knipsel

Technische innovaties als geautomatiseerde warehousing, robotisering en smart farming bieden veel mogelijkheden voor de West-Brabantse topsectoren logistiek, techniek en Agrofood. Maar deze veranderingen leiden ook tot vragen en knelpunten. Betere aansluiting tussen onderwijs en bedrijfsleven zorgt ervoor dat werkgevers, bestaande werknemers en studenten optimaal profiteren van de nieuwe mogelijkheden en dat iedere werknemer inzetbaar is waar het er echt toe doet.

Als Human Capital Coördinator breng ik mensen samen. Dat netwerken vind ik ontzettend leuk om te doen. Maar ik geloof ook sterk dat deze samenwerking vooruitgang brengt. Mijn uitgangspunt is de vraagkant vanuit het bedrijfsleven. Door technologische ontwikkelingen zoeken werkgevers in de topsectoren andere competenties in medewerkers. Anderzijds zie ik ook dat veel bedrijven nog niet optimaal gebruik maken van nieuwe technieken die beschikbaar zijn. Een goede aansluiting van onderwijs en bedrijfsleven kan in beide gevallen helpen. De relatie tussen bedrijfsleven en onderwijs kan op allerlei manieren vorm krijgen, maar ik licht er graag drie uit:

Samen Innoveren
Met name de crossovers richting techniek zijn interessant om actief op in te zetten. Denk aan precisielandbouw, slimme logistiek en verdere automatisering en robotisering in de techniek en industrie. Een voorbeeld is een tuinder die planten kweekt die naar Spanje gaan om daar de vruchten te plukken. Het verpotten van de stekjes is delicaat werk dat veelal nog handmatig wordt gedaan. De tuinder heeft al een machine die dit werk kan overnemen, maar die vervangt op dit moment slechts drie werknemers. De technologie is er wel en dan kan het snel gaan. Deze case biedt kansen: studenten zouden zich over dit vraagstuk kunnen buigen om te kijken met welke technische instellingen of aanpassing aan het proces de inzet van de machine optimaal kunnen krijgen. Fijn voor het bedrijf én voor het onderwijs.

Samen Leren
Door innovatie en ontwikkelsnelheden worden in rap tempo andere competenties gevraagd. Deze moeten worden aangeleerd door studenten en leerlingen, maar ook door werknemers. Zij kunnen vaker samen van elkaar leren! Een mooi voorbeeld is een skills lab dat in de regio wordt opgezet op het gebied van gerobotiseerd lassen. Bedrijven kunnen de techniek ontdekken en medewerkers trainen. Daarnaast worden ook studenten opgeleid met deze nieuwe techniek. Een dubbele win-win. Dit soort voorbeelden zouden we graag nog meer zien, naast het gebruik van praktijkruimten op scholen en bij bedrijven.

Echt samenwerken!
Er is behoefte aan hernieuwde vormen van samenwerking tussen bedrijfsleven en onderwijs. De ontwikkelingen binnen het bedrijfsleven gaan enorm snel. Die zijn voor het onderwijs alleen niet bij te houden. Dit vraagt een andere manier van samenwerken. De rol van het onderwijs verandert van een leverancier van talent naar vormgevers van of misschien wel coaches in ontwikkel- en leertrajecten. De kennis aanwezig binnen het bedrijfsleven wordt steeds belangrijker en daarmee wordt de rol van kennisdeler in het onderwijs van groter belang en is een intensievere samenwerking gewenst. Om dit systeem duurzaam te maken moeten dat de bedrijven die een intensievere relatie aangaan met het onderwijs een hogere return of investment gaan ervaren. Ze krijgen dan meer mogelijkheden om talent aan zich te binden. Hiervoor is gezamenlijke inzet nodig.

Waarde
Er wordt soms wat wantrouwend gekeken naar innovatie. Verandering leidt er immers toe dat sommige banen drastisch veranderen of verdwijnen. Aan de andere kant wordt Nederland steeds beter opgeleid. Mijn overtuiging is dat innovatie er uiteindelijk toe leidt dat mensen terecht komen op de plekken waar ze er echt toe doen. Soms zal dat doorstroom naar andere sectoren betekenen. In elk geval komt bij bedrijven meer ruimte voor de ontwikkeling van menselijk kapitaal. Zo heeft iedere werknemer meer waarde voor de werkgever. Onderwijs speelt daarin een wezenlijke rol. Een betere aansluiting van onderwijs en bedrijfsleven zorgt ervoor dat de topsectoren van toegevoegde waarde blijven aan de economie in de regio. Daar gaan we samen aan werken!

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Lars (lars.damen@wiseup.nl)

 

 

5 arbeidsmarkttrends waardoor het onderwijs hard nodig is

Blog Lars Damen  

Mijn generatie krijgt nog weleens dingen te horen als: “Wij werkten al vanaf ons 16e”, “Vroeger gingen we na de middelbare school gewoon aan het werk”, “Ben je niet een keer uitgeleerd”. 

Er is veel veranderd en laten we er alsjeblieft geen waardeoordeel aan hangen. Vroeg had je redelijke arbeidsmarktpositie als je vanuit de middelbare school direct aan het werk ging. Maar die tijden zijn voorbij. Een opleiding is een voorwaarde geworden om voldoende kansen te hebben op de arbeidsmarkt.

Een open-deur-voorspelling voor velen: “de rol van onderwijs wordt alleen maar belangrijker”. Een Leven Lang Leren is een veelgehoorde term. Helaas vindt dit slechts mondjesmaat plaats. Dit terwijl de rol van het onderwijs nog veel belangrijker zou moeten zijn. Hieronder de belangrijkste arbeidsmarkttrends met een hunkering naar meer onderwijs:

1. Banen verdwijnen en andere banen ontstaan

Banen verdwijnen…. andere banen of werk ontstaan weer. Digitalisering is een belangrijke trend die van invloed is op allerlei sectoren en beroepen. Aan de ene kant zien we krimp, denk aan de ontslagen binnen de traditionele detailhandel, bij banken en een afname van het aantal administratieve functies. Aan de andere kant zien we groei van bijvoorbeeld banen in de sector vervoer en opslag (bron:  UWV[1]) . Helaas voor degene die dat graag zouden willen. Zelfs een keuze voor deze laatste sector biedt geen garanties. Denk aan de hoog geautomatiseerde distributiecentra en de zelfrijdende (vracht)auto waarmee geëxperimenteerd wordt.

De baan voor het leven bestaat niet meer en dit vraagt enorm veel van ons als medewerkers en arbeidskapitaal. We hebben onderwijs nodig om te kunnen switchen van professie, ons door te blijven ontwikkelen en interessant te blijven voor werkgevers. Onze omgeving innoveert, dus we moeten ook onszelf blijven vernieuwen.

2. Banen veranderen

We zien het ontstaan en verdwijnen van werkgelegenheid. Maar we zien ook grote veranderingen van beroepen. Techniek sluipt in steeds meer functies in. Een mooi voorbeeld vind ik de agrarische sector. Het beroep van de doorsnee boer/teler in de 21e eeuw lijkt geenszins meer op het beroep van 100 jaar geleden. We zien koeien die zichzelf melken, kassen die volledig worden aangestuurd vanuit computerprogramma’s en precisielandbouw met satellieten en drones. Boeren zijn professionals met een neus voor techniek, digitalisering en worden steeds meer informatieanalisten. Nog even en de landbouw en tuinbouw is zover gedigitaliseerd en gerobotiseerd dat niet veel afwijkt van het spelletje Farmville alleen met veel meer data, gegevens en techniek. Onderwijs, opleidingen en cursussen, zijn cruciaal om bijscholing aan te bieden en om medewerkers bij de tijd te houden!

3. Combinatieberoepen ontstaan

Deze categorie maakt mij heel blij. Want het biedt ons allemaal de mogelijkheid om onszelf te onderscheiden van anderen en interessante kennis- en vaardighedencombinaties te maken. Er zullen interessante combinaties ontstaat zoals energie-boer, energie-architect, zorgtechnicus, Logistic-gamer, et cetera. We moeten ons dus ook ontwikkelen buiten onze comfortzone. Dus misschien moet ik back-to-school en weer lessen scheikunde, natuurkunde en biologie gaan volgen? (bron: beroepenvanmorgen.nu)[2].

4. Toenemende behoefte aan hoger opgeleiden

Ik wil dat leerlingen meer stapelen zei minister Bussemaker nog recentelijk. Onze maatschappij professionaliseert. En dat geldt op elk niveau. Voor mij is het heel gebruikelijk om werk gerelateerde boeken te blijven lezen, cursussen en trainingen te volgen. Door mijn werkgever wordt dit ook nog eens gestimuleerd, gewaardeerd en ook betaald. Maar dit is niet voor iedereen het geval. Hier ontstaat een tweedeling. Wellicht een idee voor de politiek om te komen met een persoonsgebonden opleidingsbudget betaald uit een deel van de loonbelasting en ter beschikking komt van medewerkers om zich bij te scholen, om te scholen en op te scholen.

5. We moeten langer doorwerken

Dan is er een vijfde reden waarvoor we het onderwijs hard nodig hebben. We moeten langer doorwerken. Voor heel veel beroepen/werk is dat geen probleem. Echter voor sommige beroepen wel degelijk. Arbo wordt steeds serieuzer genomen en robotisering maakt veel beroepen lichter (denk maar aan iets zo basaal als een tillift in het ziekenhuis) maar er blijven beroepen die op termijn fysiek te zwaar zijn. Ook deze mensen moeten zich kunnen omscholen naar andere beroepen.

Conclusie

We leven in een snel veranderende wereld. Wat we nodig hebben is flexibilisering van ons arbeidskapitaal (en dan bedoel ik niet de contractvormen). Onderwijs is één van de belangrijkste instrumenten om het arbeidsmarktkapitaal te flexibiliseren.

We moeten meer mogelijkheden hebben onszelf te vernieuwen, aan te passen, te herscholen, bijscholen, omscholen en om onszelf naar een hoger niveau te tillen. Momenteel is het vaak niet mogelijk een opleiding te volgen wanneer je “in-beween-jobs” zit. Ook een opleiding volgen tijdens je werk is voor veel mensen lastig of relatief onaantrekkelijk. Een leven lang leren moet binnen het onderwijs en opleidingen aantrekkelijker gemaakt worden en opleidingsinstituten moeten de ruimte krijgen van de politiek om dit te realiseren.

Meer cursussen, meer modulair stapelen, certificaten, e-learnings, coachingstrajecten, makkelijk losse vakken kunnen volgen aan onderwijsinstellingen en meer kenniscross-overs in opleidingen. Innovatie, ook vanuit het onderwijs. Vanuit mijn rol als projectleider van een opleiding die als doel heeft om crossovers te realiseren tussen verschillende opleidingen ben ik onderdeel van de innovaties binnen het onderwijs. Het vraagt veel van docenten, onderwijsontwikkelaars, andere onderwijsinstellingen, het bedrijfsleven, overheden, samen zijn we aan zet maar het is deze innovatie waar onze kennisinfrastructuur sterker van wordt.

[1] https://www.werk.nl/xpsimage/wdo213568

[2] http://www.beroepenvanmorgen.nu/werkateliers/